Op website In tijdschriften De Wete
Heemkundige Kring Walcheren Heemkundige Kring Walcheren Heemkundige Kring Walcheren
Heemkundige Kring Walcheren 'Steengoede' artikelen over 't Walcherse heem
Heemkundige Kring Walcheren Je komt 'een berg' te weten
Heemkundige Kring Walcheren Om door een 'ringetje' te halen

Annetje Liesjesdag op Walcheren




Arbeidsovereenkomst
Wie voor een nieuwe werkgever gaat werken, tekent een arbeidsovereenkomst. Volgens de wet wordt een arbeidsovereenkomst omschreven als een overeenkomst waarbij de ene partij, de werknemer, in dienst treedt bij de andere partij, de werkgever, om tegen betaling van loon arbeid te verrichten. Meestal begint men op de eerste dag van de maand met een nieuwe baan. In de ene baan heeft men een langere opzegtermijn dan in de andere. In de achttiende, negentiende en vroege twintigste eeuw ging het er op het platteland van Walcheren, met uitzondering van Nieuw- en Sint Joosland en Arnemuiden,[1] anders aan toe. Knechten en meiden begonnen hun dienst op de boerderij in mei of oktober. Wie in mei bij een nieuwe werkgever begon, kon in oktober bij wederzijds goedvinden zijn/haar arbeidsovereenkomst verlengen of een andere baas of bazin gaan zoeken. Meestal vroeg de boer of boerin na verloop van tijd of de knecht of meid wilde blijven. Als het niet gevraagd werd, dan wist hij of zij genoeg en werd een andere dienstbetrekking gezocht.

Loon
Hoewel de periode oktober tot mei twee maanden langer duurde, kreeg men in beide periodes hetzelfde loon uitbetaald. Men ging ervan uit dat in de wintermaanden minder hard gewerkt werd. In de (mondelinge) arbeidsovereenkomst was een bepaald loon in rijksdaalders overeengekomen en was bepaald of de werknemer gratis kost en inwoning had.

Liesjesdag
Op het platteland van Walcheren sprak men over Liesjesdag en in Middelburg over Annetje-Lijsjesdag. Op deze dagen, de eerste donderdag van mei en oktober, kregen de boerenknechts en meiden ’s morgens hun loon uitbetaald en waren ze de rest van de dag vrij. Als de arbeidsovereenkomst niet was verlengd, vertrok men voorgoed van de boerderij en anders keerde men ’s avonds terug. Degenen die niet terugkeerden, meldden zich ’s avonds bij hun nieuwe baas of bazin.

Vadertje Annetje en Liesje gaen ni de stad. Knechten en meiden ’ebbe d’r ’u urlôôn g’aod.
De Zeeuw, 17 april 1914.

Waarschijnlijk waren er ook werkgevers die hun personeel in die periode meer vrije dagen gaven. Want in de Middelburgsche Courant van 26 april 1884 staat een ingezonden stuk van een Walcherse landbouwer, die schrijft dat niet alle collega’s hetzelfde aantal vrije dagen rond Annetje Lijsje aan hun dienstboden toekennen. Graag zou hij zien dat hierin één lijn wordt getrokken. Er zijn er die een hele week vrijaf geven, anderen drie of vier dagen en weer anderen een dag. Hij stelt voor, nu aanstaande Liesjesdag op donderdag 1 mei valt, hen volgens oud gebruik, niet voor maandag 5 mei te laten vertrekken naar hun nieuwe bestemming. De vrije donderdag bracht men in Middelburg door. Knechten, meiden, zoons en dochters van boeren, ambachtslieden en arbeiders die tussen de zestien en dertig jaar en ongehuwd waren, vierden Liesjesdag in Middelburg. Eerst werden er inkopen gedaan, waaronder kleding en gouden of zilveren sieraden. Liesjesdag was bij uitstek een mooie gelegenheid voor de jeugd om een partner te zoeken. ’s Middags trokken ze gearmd in rijen door de stad en zongen liedjes of straatdeunen als: “Aerem an aerem de Gortstraete in Moeder ik ’è zô’n goeie zin.” En natuurlijk werden de schorre kelen regelmatig in de cafés gesmeerd. Inwoners uit een bepaalde plaats hadden hun voorkeur voor een café. Inwoners van Westkapelle gingen vooral naar het café van Minderhoud in de Segeersstraat. De wortels van Jakobus Minderhoud lagen in Westkapelle. Mensen uit Koudekerke gingen graag naar ’t Wapen van Zeeland dat op de Markt, hoek Gortstraat stond. Café De Landbouw aan de Markt werd vooral door boerenzoons en -dochters bezocht. Soms werd er wel eens te veel gedronken. De Middelburgsche Courant van 9 mei 1885 meldde:“In den afgeloopen nacht heeft op het Zand[2] onder de gemeente Koudekerke tusschen eenige boerenknechts of arbeiders, die ter eere van Annetje en Lijsje menig drankoffer geplengd hadden, eene hevige vechtpartij plaats gehad, waarbij een boerenknecht met een mes een snede over het gelaat werd toegebracht, die hem bijna zijn neus kostte; dat lichaamsdeel werd zoo goed als doorgesneden.” Er waren horeca-ondernemers die vechtpartijen wilden voorkomen en daarom via de krant bekendmaakten dat met Annetje en Lijsje “aan de jongelui van den boerenstand niet getapt zal worden”.

Kistjes en kastjesdag
Als een meid of knecht een nieuwe dienstbetrekking had, moest er nog meubilair met inhoud worden verhuisd van het oude adres naar het nieuwe. Het meubilair van de meid bestond uit een dienstbodenkastje en dat van de knecht uit een klerenkist. De kast of de kist werd met paard-en-wagen opgehaald op het oude adres.Vandaar kistjesof kastjesdag. Er waren meiden of knechts die voor de huisgenoten waarmee ze op het oude adres hadden samengewerkt, een fles likeur of sterkedrank meebrachten. Als afscheid werd hiervan een glaasje gedronken.

Oorsprong
De oorsprong van Annetje en Lijsje is niet bekend, maar moet wel typisch Walchers zijn geweest. De oudste vermelding die ik over Annetje en Lijsje heb kunnen vinden, staat in de Walchersche Arkadia, deel II, van Mattheus Gargon (1717). In een voetnoot schrijft Gargon:“Hannelysjes dag is de eerste Donderdag van November, wanneer de boeren knechts en meiden in zeer groot getal binnen Middelburg op de markt komen om nieuwe huuren te zoeken.” In deze vermelding zijn er twee dingen die opvallen. Ten eerste heeft Gargon het niet over de eerste donderdag in mei of een eerste donderdag in een andere voorjaarsmaand. Is Gargon de andere Liesjesdag vergeten te vermelden, of is deze later ingevoerd? Als er toen maar één Liesjesdag was, zou dat betekenen dat men toen alleen in november van werkgever kon veranderen en dat men een jaar op het salaris moest wachten! Vervolgens schrijft Gargon dat Liesjesdag op de eerste donderdag in november valt, en niet in oktober. Dat zou betekenen dat ergens na 1717 Liesjesdag een maand is vervroegd of weer volgens oud gebruik in oktober werd gehouden. In een ordonnantie van Karel V van omstreeks 1550 staat dat ambachtslieden en arbeiders in Zeeland voortaan geen hoger loon mogen krijgen dan zes stuivers per dag van half maart tot Bamisse en vijf stuivers per dag van Bamisse tot half maart. Bamisse is een verbastering van Sint Bavomis. Op de naamdag van de heilige Bavo, 1 oktober, werden in de katholieke kerk speciale vieringen georganiseerd. Hoewel het in deze ordonnantie niet om boerenknechts en -meiden gaat, vermoed ik dat in die tijd half maart en 1 oktober voor iedereen de dagen waren om van baas of bazin te veranderen en dat op die dagen het loon werd uitbetaald.

Naam
Veel historici hebben geprobeerd een verklaring voor de namencombinatie Annetje en Lijsje te geven. Zo beweerde de predikant Johannes ab Utrecht Dresselhuis dat de naam is afgeleid van de godin Nehalennia, die in de Romeinse tijd op Walcheren werd vereerd. De verbastering zou als volgt gegaan zijn: Nehalenniadag, Halenniadag, Hanneliesjesdag en ten slotte Anneliesjesdag. Een andere verklaring is dat er vroeger twee Roomse feestdagen bestonden; de ene was gewijd aan de heilige profetes Anna (Lucas II) en de andere aan de heilige Elisabeth, de moeder van Johannes de Doper (Lucas I). Omdat deze feestdagen kort na elkaar werden gevierd, werd de viering van twee naar één teruggebracht. De dag werd Anna-Elisabethdag genoemd, dat verbasterd is tot Annetje-Lijsjesdag. In de Encyclopedie van Zeeland , deel II, staat bij Liesjesdag, dat de dienstbodenordonnantiën van Middelburg vanaf 1671 spreken over het licentiëren van dienstpersoneel dat voor 6 november van elk jaar plaatsvond. Liesjesdag zou dan een verbastering zijn van licentiedag. Licentiëren is synoniem aan ontslaan, uit dienst zenden. Sommigen menen dat Liesjesdag afgeleid is van het Franse jour de liesse dat vreugdeof feestdag betekent.

A. Meerkamp van Embden is van mening dat het een verbastering is van het Engelse woord lease, dat huur betekent. In De Wete van oktober 1982 staat een verklaring van Frans Broeksma. Hij schrijft: “In het boek De Hollanders komen ons vermoorden van A. Alberts gaat het over de Tachtigjarige Oorlog, waarin de calvinistische predikanten worden beschreven als de meest onverzoenlijke vijanden van Filips II, de koning van Spanje.Vanaf de kansel vertelden ze de gemeente hoe ze over Filips II dachten. Maar regenten die voor vrede met Spanje waren, lieten de predikanten in 1629 weten:‘Op den kansel behoort men sulcke dingen niet te verhandelen voor Hanneken en Lijsken, die des gheen verstant en hebben.’ Met Hanneken en Lijsken wordt in 1629 het gewone volk bedoeld. De namen Hanneken en Lijsken zouden op Walcheren verbasterd kunnen zijn tot Annetje en Liesje, het gewone volk van knechts en meiden.” Tot slot een verklaring van B.J. de Meij. Ook hij denkt dat de namen Hanneken en Lijsken op Walcheren verbasterd zijn tot (H)annetje en Liesje. Omdat in Zeeland de letter h aan het begin van een woord niet wordt uitgesproken, werd Hanne Anne.

Met Annetje en Liesje wordt volgens De Meij een vrijend paartje aangeduid, een vrijer en een vrijster. De Meij haalt in zijn verklaring enkele regels van een vers uit de zeventiende eeuw aan: “Dies loope Hannes met Lijsje. Op schaatsen ten ijse.” Annetje-Liesjesdag was dus een uitgelezen dag voor jonge Walcherse paartjes.

Einde Annetje en Liesje
“Donderdag, 2 Mei 1929 was het weer Lijsjesdag in Middelburg, maar ik moest tot mijn spijt constateeren, dat er niet meer de drukte heerschte van vroegere tijden”, schreef D.J. van der Ven. B.J. de Meij schreef in de Middelburgsche Courant van 30 april 1938:“De geheele volgende week is het op Walcheren Annetje-Liesje, al is Donderdag de voornaamste dag. Op deze marktdag was het vroeger bijzonder druk in Middelburg. In de laatste jaren is er echter niet veel meer van te merken. De tijd van Annetje-Liesje vieren is voorbij.” De Meij schreef in de Provinciale Zeeuwsche Courant van 4 mei 1949: “Nu zal het aanstaande Donderdag (Liesjesdag) wellicht een weinig drukker zijn dan op andere marktdagen, maar geen rijen knechts en meiden zullen door de straten hossen, zoals voorheen. De jongelui hebben tegenwoordig zoveel gelegenheid om elkaar te ontmoeten, dat zij daarvoor niet meer naar Middelburg moeten komen”, aldus De Meij. Maar er waren meer oorzaken. Door de mechanisatie in de landbouw waren er steeds minder knechten en meiden nodig. En welke meid of knecht wilde nog twee keer per jaar uitbetaald worden? Niemand toch?

Frans van den Driest

1. Nieuwen Sint Joosland is door inpolderingen pas in de zeventiende eeuw ontstaan. Hoewel het dorp door inwoners uit overig Walcheren en Zuid-Beveland werd bevolkt, is het niet duidelijk waarom de Liesjesdagen daar niet zijn overgenomen en wel het ringsteken. Waren het vooral boeren uit Zuid-Beveland die binnen de grenzen van Nieuwen Sint Joosland gingen wonen? In Zuid-Beveland verwisselde men op andere data van arbeid dan op Walcheren. De bevolking van Arnemuiden leefde voor bijna honderd procent van de visserij.

2. Tot aan de Tweede Wereldoorlog behoorde ’t Zand bij Koudekerke, daarna werd het bij Middelburg gevoegd.

Geraadpleegde bronnen:
- P.J. Bouwman, ‘Geschiedenis van den Zeeuwschen Landbouw 1843-1943’, 1946.
- F. Broeksma, ‘Annetje Liesjesdag’, in: De Wete, oktober 1982.
- J. ab Utrecht Dresselhuis, ‘Oude godenleer en hedendaagse volksgebruiken’, in: Zeeuwsche Volks-Almanak, 1837.
- B.J. de Meij, ‘Annetje-Liesje’, in: Middelburgsche Courant, 30 april 1938.
- B.J. de Meij, ‘Annetje-Liesjesdag op Walcheren’, in: PZC, 4 mei 1949.
- M. Gargon, ‘Walchersche Arkadia’, deel II, 1717.
- A. Meerkamp van Embden, ‘Lijsjesdag’, in: Middelburgsche Courant, 6 oktober 1915.
- P. Priester, ‘Geschiedenis van de Zeeuwse landbouw’, 1998.
- J.H. de Stoppelaar, Inventaris van het oud archief der stad Middelburg, 4e aflevering, 1874.
- G.G. Trimpe Burger-Mekking, ‘Annetje-Liesjesdag op Walcheren’, in: Nehalennia, nummer 101, 1994.
- J. Vader, ‘Liesjesdag’, in: ‘’k Gaen ik ’n stikje schrieve’, 1982.
- D.J. van der Ven, ‘Zeeuwsch volk in Zeeuwsche dracht’, ca. 1930.
- L. van Wallenburg, ‘Liesjesdag’, in: De Wete, juli 1977.
- Woordenboek der Zeeuwse Dialecten, 1974.
- Encyclopedie van Zeeland, deel II, 1982.
- Middelburgsche Courant, 5 december 1881, 26 april 1884 en 9 mei 1885.


gepubliceerd in: De Wete 41e jaargang nummer 3, juli 2012, p. 38-43


Annetje Liesjesdag






Terug