Op website In tijdschriften De Wete
Heemkundige Kring Walcheren Heemkundige Kring Walcheren Heemkundige Kring Walcheren
Heemkundige Kring Walcheren 'Steengoede' artikelen over 't Walcherse heem
Heemkundige Kring Walcheren Om door een ringetje te halen
Heemkundige Kring Walcheren Je komt 'een berg' te weten

132 jaar Zeeuwse babbelaars volgens de Diesch-receptuur



In den Soeten Inval   

Ons verhaal begint in 1892 toen J. B. Diesch een chocolaterie opende aan de Lange Burg 110 C in Middelburg onder de naam In den Soeten Inval. In de winkel werden bonbons, chocolade en suikerwerken verkocht maar de grootste bekendheid kwam van de verkoop van de 'echte “Zeeuwsche Boterbabbelaars”. De babbelaars werden achter de winkel in kleine hoeveelheden gemaakt volgens een oud recept en nog met de hand geknipt en in blikjes verpakt of los verkocht.   

Al snel wist de zaak naam te maken. De chocolaterie was ook in trek bij Belgische, Duitse en Engelse toeristen die graag een blikje babbelaars aanschaften als souvenir. Nu gaan babbelaars als ze in een blikje verpakt zitten vrij snel kleven en dus moest er een manier gevonden worden om dit euvel te ondervangen. Het probleem werd opgelost met de aanschaf van machines. Die stelden Diesch niet alleen in staat aan de toenemende vraag te voldoen, maar zorgden tevens voor een hygiënischer productie, omdat de grondstof bijna niet meer met de handen hoefde te worden aangeraakt.

In 1927 maakte Diesch in een grote advertentie in Ons Zeeland bekend welke innovaties hadden plaatsgevonden. Er was een pers aangeschaft, waardoor de babbelaars er gelijkmatiger en mooier uitzagen. Bovendien werd nu via de bronzen rollen in elke babbelaar de letters JD afgedrukt -  dit laatste vooral met het oog op de concurrentie. Het is opvallend hoe vaak Diesch er in advertenties de nadruk op legde dat zijn boterbabbelaars de ‘echte Zeeuwsche’ waren. “Alle andere zijn namaak,” voegde hij er nog aan toe. “Wacht u voor bedrieglijk nagebootste verpakkingen.”

De belangrijkste innovatie was wellicht het vacuüm trekken van het babbelaarkooksel. Met een staande waterpomp werd vacuüm opgewekt. Wanneer het kooksel voldoende op temperatuur was, werd de open ketel met het hete babbelaarkooksel onder een gesloten kap geplaatst en de waterdamp  door het opgewekte vacuüm afgezogen. De kooksels werden hierdoor droger en de babbelaars makkelijker te verwerken. Wie de bedenker is geweest van de machines is niet meer met zekerheid te achterhalen. Mogelijkerwijs is dit Johannes Jacobus Diesch (1896 –1933) geweest. Hij was als werktuigbouwkundig amanuensis verbonden aan de toenmalige Technische Hogeschool in Delft. Daarnaast was hij ook de inrichter van de Sint-Nicolaas- en kerstetalages van de chocolaterie aan de Lange Burg, met bewegende en verlichte voorwerpen, die een zekere faam hadden in Middelburg en omgeving.

De machines zijn tot september 2024 in bedrijf gebleven en aan de werkwijze is tot op het laatst niet veel veranderd. Ook het handelsmerk J.B. Diesch is tot op de dag van vandaag bewaard en in gebruik gebleven.

Noodwinkel

Op 17 mei 1940 ging een groot deel van de oude binnenstad van Middelburg in vlammen op als gevolg van de Duitse opmars in Zeeland. Meer dan zeshonderd zakenpanden en woningen in het centrum werden door de stadsbrand verwoest, waaronder ook het pand van Diesch aan de Lange Burg, waar de babbelaarfabriek was gevestigd. Dat er relatief weinig burgerslachtoffers vielen, kwam doordat veel mensen al geëvacueerd waren op het moment van het bombardement. De vele brandhaarden maakten dat de stadsbrand moeilijk te bestrijden was, ondanks de inzet van alle  brandweerkorpsen van Walcheren en van Goes. Op de Lange Burg was een brandhaard met extreem hoge temperaturen. Het lijkt haast onmogelijk dat de inrichting van het babbelaarfabriekje, waaronder de bronzen wals en de gietijzeren vacuümpomp, deze brand ongeschonden doorstond. Op de foto van de bakkerij aan de Lange Burg staan niettemin exact dezelfde pomp en wals zoals deze ook in de latere kokerijen aan de Markt en in Koudekerke te zien zijn. 

Had iemand op voorhand, uit vrees voor inbeslagname door de Duitsers, de machines al gedemonteerd en naar elders gebracht? Of zijn ze redelijk ongeschonden gebleven in het verder verwoeste pand? Dat valt niet meer te achterhalen, maar het meest waarschijnlijk is toch dat ze zijn gedemonteerd en tijdens de oorlog opgeslagen in het pand van slijterij Pieterse aan de Vlasmarkt. In ieder geval werden ze in 1945 in het nieuwe pand aan de Markt 23 geïnstalleerd. De verkoop werd tijdens de oorlog voortgezet in een noodwinkel aan de Dam 10. In de PZC van 16 augustus 1940 staat een kleine advertentie waarin de fa. J.B. Diesch aankondigt dat de chocolaterie “In den Soeten Inval zaterdag a.s. wordt heropend”. Ondertussen werd er al hard gewerkt aan de wederopbouw van Middelburg. Op 6 december 1941 wist De Zeeuw, christelijk-historisch nieuwsblad voor Zeeland al te melden hoe de inrichting van de oostzijde van de Markt eruit zou gaan zien: “Nu ook op het deel van de Markt tusschen Burg en Noordstraat met lust en ijver aan het bouwen wordt getrokken, willen wij even melden voor wie dit zal zijn. Op den hoek van de Burg komt weder de zaak van den heer A. van Krieken, dan die der firma M. W. van Aartsen, dan de winkel der firma J.B. Diesch, die vroeger op de Burg was; dan de melksalon van den heer I. van Dam en dan de lunchroom en café van de heer H. M. Hoogesteger. Dan volgen nog drie panden, te bouwen voor den heer Henning, waarvan hij er twee verhuurt. Het grootste is bestemd voor de firma Henning zelf. Dan volgt de Amsterdamsche Bank”. De heropening van de zaak van Diesch aan de Markt 23 vond plaats op 18 november 1945.

Delftse school

Hoe was het de familie Diesch intussen vergaan? Johannes Diesch overleed al in 1933. De winkel aan de Lange Burg werd gedreven door Dina Simpelaar die in 1921 getrouwd met J. B. Diesch. Dina was dus in de bloei van haar leven toen zij weduwe werd.

In een bezette stad met een uitgebrand centrum was iedere afleiding welkom. Hotel De Nieuwe Doelen aan de Loskade was tijdens het bombardement gespaard gebleven. Al snel werd het hotel een trefpunt van ontmoeting en ontspanning. In deze setting kwam Dina in contact met de pas afgestudeerde landmeter Piet Nieuwenhuijzen. Zij trouwden op 14 juli 1942. De brieven en aantekeningen rondom dit huwelijk zijn zeer vermakelijk. Met humor en plezier werd  het huwelijk door de vriendenkring van hotel De Nieuwe Doelen ingewijd.

Piet Nieuwenhuijzen was een deskundig raadgever voor zijn vrouw Dina Simpelaar, hetgeen zij goed kon gebruiken om de chocolateriewinkel en babbelaarfabriek weer op te bouwen op de nieuwe locatie.

Architect Van Moorsel uit Voorburg kreeg in 1941 opdracht voor het ontwerpen van een “winkelhuis met bovenwoning” aan de Markt 23. Hij was een aanhanger van de traditionalistische Delftse school en tegenstander van het ‘nieuwe bouwen’ zoals gebeurde bij de wederopbouw van Rotterdam. Opdrachtgeefster was Dina Diesch-Simpelaar.

De nieuwe winkel met bovenwoning werd dus ontworpen volgens de principes van de Delftse school. Ook de inrichting van de winkel was tot in detail in deze traditionalistische stijl vormgegeven. Achter de winkel was plaats ingeruimd voor een losstaand gebouw van circa 30 m2 voor een babbelaarfabriek. Tussen de winkel en die bakkerij was een binnenplaats.

Piet Nieuwenhuijzen stond de opdrachtgeefster bij om het bouwbudget te bewaken en de aanwijzingen van de wederopbouwcommissie in goede banen te leiden. Voor de oorlog waren de babbelaars een belangrijke aanvulling op de chocolateriewinkel en de gloednieuwe bakkerij met inrichting stond ongebruikt gereed. Maar binnen de familie Diesch waren na de oorlog geen opvolgers te vinden die babbelaars wilden of konden bakken. Daarom besloot Dina Simpelaar een advertentie te plaatsen om iemand te vinden die de babbelaars wilde produceren. Jo Christiaansen reageerde daarop en de opdracht werd hem gegund.

Snoepwinkeltje

Jo Christiaansen (1914) werkte voor de oorlog als timmerman/metselaar in het aannemersbedrijf van zijn vader aan de Tramstraat in Koudekerke. Door de crisis was dat in de jaren dertig van de vorige eeuw al geen vetpot, maar toen hij ook nog een motorongeluk kreeg, moest er worden omgezien naar een andere bron van inkomsten. In 1934 besloot hij het snoepwinkeltje van Maatje Roose aan het Dorpsplein in Koudekerke te kopen om er een levensmiddelenwinkel te beginnen.

Vanaf het begin werkte zijn vrouw, Marie de Witte, in deze winkel in Koudekerke. Haar jongere zus Corrie de Witte paste op de kinderen, Jopie en Simon. Via Maatjes winkeltje  kwam Jo in aanraking met babbelaars die ze daar verkocht, de zogenoemde ‘Koudekerkse babbelaars’. Wellicht dat die ervaring met een winkel en met babbelaars hem op het spoor zette om in 1945 te reageren op een advertentie van Dina Diesch-Simpelaar om de zaak over te nemen, dat wil zeggen het babbelaarfabriekje achter de chocolateriezaak aan de Markt. Het kwam erop neer dat het deel Diesch-babbelaars losgekoppeld werd van de Diesch-onderneming In den Soeten Inval. De chocolateriezaak zou Dina voorlopig nog zelf blijven doen. Al snel nadat Jo Christiaansen aan de slag ging in de babbelaarfabriek ging zijn schoonzus Corrie de Witte helpen in de chocolaterie in Middelburg. Ze zou daar de rest van haar leven blijven werken tot aan haar dood in 2021, bijna 70 jaar lang!

Grein

Toen Jo eenmaal de bakkerij had overgenomen moest hij zelf de babbelaars gaan maken, wat nog een hele opgave bleek. Weliswaar waren de ingrediënten bekend, maar alle gegevens omtrent hoeveelheden, kooktijden, temperatuur en vacuüm trekken waren verloren gegaan. Bijkomend probleem was de schaarste aan ingrediënten: suiker, stroop en boter waren immers op de bon. Omdat Jo al een levensmiddelenwinkel in Koudekerke had, kon hij op kleine schaal aan de benodigde ingrediënten komen, waardoor de zoektocht naar de juiste productiemethode voor Diesch-babbelaars kon beginnen. In de verhalen aan zijn kinderen heeft hij uitgelegd dat het een lastige zoektocht was, met name om de juiste temperaturen te vinden. Veel kooksels gingen verloren omdat de suiker kristalliseerde. Wanneer dat gebeurt spreekt men van ‘grein’. Bij zijn zoektocht werd Jo geholpen door Leen Francois, die voor de oorlog Jan Diesch had geassisteerd in de fabriek aan de Lange Burg. Na vele pogingen lukte het om de originele Diesch-babbelaar te produceren.

De babbelaars werden op de Markt 23 in Middelburg gemaakt in een ruimte van vijf bij zes meter achter de winkel. Jo Christiaansen, soms met zijn zoon Simon Christiaansen, vormde samen met  Ko van der Heijden het productieteam.

Zodra de verse babbelaars klaar waren, moesten ze verpakt worden in vijf verschillende maten blikjes. De bakkerij werd dan pakkerij en op de binnenplaats moesten de blikjes geopend en gelucht worden voor er babbelaars in geschept konden worden. Ten slotte werd ieder blikje handmatig met tape afgesloten en werden ze in kartonnen dozen verpakt. Daarmee was alles gereed, klaar voor Van Gend & Loos op de Bodenplaats voor verzending door het hele land.

Tussen winkel en bakkerij was een plaatsje van drie bij vijf meter. Dat stond boordevol met blik van de firma Verblifa uit Deventer. Het plaatsje en de babbelaarkokerij waren uitsluitend bereikbaar via een gang van een meter breed. Deze gang was tevens de ontsluiting van de ruime woning boven de winkel. De balen suiker, vaten stroop, dozen met blik en alles wat nodig was om babbelaars te maken en te verpakken, werden eerst langs de kwetsbare glazen toonbanken in de winkel en vervolgens via deze lange smalle gang aangevoerd.

De winkel aan de Markt was in de zomermaanden zeven dagen in de week geopend. Tijdens feestdagen en weekenden stonden er regelmatig rijen toeristen voor de deur om souvenirs, chocolade en natuurlijk babbelaars te kopen, alvorens zij de terugweg naar België, Frankrijk, Engeland of Duitsland aanvaardden. De winkel werd gerund door Dina Simpelaar, Corrie de Witte, Jo Christiaansen en meerdere winkelmeisjes.

Granito uitlegtafels

In 1963 overleed Dina op vakantie in Spanje. Piet Nieuwenhuijzen bleef alleen achter in de woning boven de winkel. Corrie de Witte werd de drijvende kracht achter de chocolateriezaak annex babbelaarwinkel en zou dat haar hele leven tot op de hoge leeftijd van ruim negentig jaar bevlogen blijven doen. Haar kantoortje achter de winkel werd vermaard bij vele scholieren die tussen de middag bij haar hun boterhammen kwamen opeten. Toen ook Piet Nieuwenhuizen overleed liet hij de chocolateriezaak na aan Corrie de Witte.

De bakkerij en de winkel barstten uit hun voegen en de oplossing werd gevonden in het bouwen van een nieuwe bakkerij aan de Brouwerijstraat in Koudekerke. In 1964 werd de productie overgebracht naar Koudekerke. De vacuümpomp, de stalen tafel om de vloeibare kooksels uit te vloeien en in strengen te rekken, de koperen ketels en de wals van voor de oorlog werden opnieuw geïnstalleerd. De nieuwe productieruimte was 80 m2 groot en beschikte over lange granito uitlegtafels om de strengen babbelaars die uit de wals kwamen af te laten koelen. Daarmee was de stress van snel hete babbelaars in vaten opslaan terwijl het nieuwe kooksel er al aan kwam, zoals in de Middelburgse bakkerij de praktijk was, achter de rug. Daarnaast werden de kooksels verwarmd met propaangas dat aanmerkelijk hogere temperaturen bereikte dan het stadsgas dat men in Middelburg gebruikte. Deze verbeteringen leidden tot meer kooksels per dag met een groter gewicht. De inrichting van het fabriekje zou tot aan het eind van de productie in 2024 hetzelfde blijven. De authentieke en ambachtelijke uitstraling was kennelijk belangrijker dan het stroomlijnen van de productie.

 

Geduchte concurrent

In 1974 nam Bas Christiaansen de zaak over van vader Jo. Ook hij bleef op kleine schaal produceren, hetgeen een doelbewuste keuze van hem was en ook een manier om de kwaliteit van de babbelaar te kunnen garanderen.

Een belangrijke verandering die onder Bas’  bewind tot stand kwam, was de samenwerking met Leen Joosse. Joosse verkocht al jaren babbelaars en was in eerste instantie een geduchte concurrent van de firma Diesch. De babbelaars van Joosse werden gemaakt door Verduijn in Breskens, die ze vervolgens afleverde in Middelburg waar ze werden verpakt. De productie van Verduijn was grootschalig vergeleken met de inmiddels kleinschalige machinale productie van de babbelaars met Diesch-receptuur. Corrie de Witte had dan ook grote moeite met deze samenwerking, omdat de kwaliteit van de ‘echte Zeeuwse boterbabbelaar’ niet langer gegarandeerd kon worden. Zij verkocht dan ook met verve de babbelaars van de bakkerij uit Koudekerke, gemaakt door Bas Christiaansen met de Diesch-receptuur. Iedere klant werd verwelkomd met: “Wilt u een echte Zeeuwse babbelaar proeven?” Bas en Leen besloten elkaars babbelaars te gaan verkopen. Uiteindelijk resulteerde dit in een overname van het bedrijf van Joosse door Diesch, een flinke schaalvergroting. Ook introduceerde Bas nieuwe verpakkingen zoals het ringrijdersblikje, het Beatrixblikje, het molenblik en nog enkele andere verpakkingen in kleur. Met de introductie van een nieuw blikje was een flinke investering gemoeid van om en nabij de € 4.000,-.

Blikjes

Al vanaf het prilste begin is er veel aandacht besteed aan de verpakking van de babbelaars. Gestart werd met glazen flessen met geslepen stolp. In de winkel op de Lange Burg was dat de gangbare verpakking. De blauwe blikjes zijn eveneens al vroeg in zwang geraakt. Ma Roose van de snoepwinkel in Koudekerke verpakte haar zelfgebakken babbelaars voor de Tweede Wereldoorlog al in blikjes met het opschrift ‘De enige echte Koudekerkse babbelaars’.

De vernieuwing van de verpakking was kennelijk een visitekaartje. De blauwe blikjes van Diesch met zwart-witte foto’s waren de standaard. Jo Christiaansen bracht in 1952 al snel eigen blikjes uit met zijn kinderen in klederdracht prominent in beeld. Eveneens blauw met zwart-witte opdruk. Naast Diesch waren er meer partijen met machinaal geproduceerde babbelaars, met allemaal eigen blikjes. Klederdrachten en stadsgezichten waren aanvankelijk favoriet. De blikjes werden in het begin geleverd door de Nederlandse blikfabriek Verblifa. De mallen waren kostbaar, evenals het opstarten van het productieproces. Dat betekende levering in grote aantallen en volumineuze opslag. De concurrentie van landen met lagere lonen betekende de ondergang van de binnenlandse blikproductie. De leveringen werden achtereenvolgens overgenomen door Engeland, Oost-Europa en China. Ook de stickers en het papieren verpakkingsmateriaal werden met zorg samengesteld in vergulde druk, waarbij teruggegrepen werd op de benaming ‘Met goud bekroond’.

Britse ponden, Belgische  en Franse francs en Duitse marken

Het toerisme op Walcheren kwam al snel na de Tweede Wereldoorlog weer op gang. Na het succesvol opstarten van het productieproces in Middelburg kon er goed worden ingespeeld op de vraag naar babbelaars. Het lijkt op een herhaling van de groei zoals Jan Diesch deze voor de oorlog meemaakte. De toeristen kwamen uit omringende landen en er werd geanticipeerd op de talrijke feestdagen aldaar.  De munteenheden en hun koersen waren in die periode nog divers. Iedere ochtend werd bij de AMRO-bank iets verderop aan de Markt geïnformeerd naar de wisselkoersen. In de winkel konden toeristen in hun eigen munteenheid betalen. Mevrouw De Witte berekende het wisselgeld van de vijf meest voorkomende munteenheden uit het hoofd. Toeristen kwamen vaak met bussen naar Middelburg. Zij togen dan in groepen door de stad. Vaak was de winkel op de Markt te klein en stonden velen buiten te wachten. Binnen was het hard werken met de verkoop van blikjes, poppen, bonbons, chocolade, inpakken in het kantoortje en vervolgens het wisselgeld berekenen en betalen uit een kassa met guldens, Britse ponden, Belgische  en Franse francs en Duitse marken. Op hoogtijdagen werkten er vijf mensen in de winkel.

De toeristen werden ook bediend via andere kanalen dan de winkel in Middelburg. Veel brood- en banketbakkers in Zeeland, vooral langs de kust, waren afnemers van de babbelaars en deze ondernemers werden in de tijd dat Bas de zaak dreef, allemaal door hem bezocht en zij vormden een belangrijk afzetkanaal voor de babbelaars. Ook was er altijd een standje op de donderdagmarkt in Middelburg en de verschillende toeristenmarkten op Walcheren. Een meisje in klederdracht moest de aandacht trekken van de toeristen en dat lukte meestal wonderwel. Van gebrek aan aandacht voor of vraag naar het product heeft de babbelaar nooit last gehad. Het is tot op de dag van vandaag nog steeds een belangrijk souvenir voor de toerist.

‘Zeeuw van de dag’

In 2012 nam Wouter Nolen de zaak over van Bas Christiaansen. Het kantoor werd verplaatst naar een nieuwe loods op het industrieterrein in Middelburg. Weliswaar bleef Bas nog werken voor het bedrijf, maar de zeggenschap had hij niet meer. In de nieuwe situatie maakte hij nog in beperkte mate de ‘enige echte Zeeuwse babbelaars’ volgens de Diesch-receptuur en bezocht hij als vertegenwoordiger de diverse afnemers in Zeeland en daarbuiten. Het grootste deel van de omzet bestond uit babbelaars van Verduijn in een uitgebreid assortiment van blikjes. De blauwe blikjes van Diesch met de babbelaars van Bas Christiaansen bleven onverminderd in trek. Intussen bleef de zaak aan de Markt gewoon open tot aan het overlijden van Corrie de Witte in 2021. Zij was bijna 70 jaar hét gezicht geweest van In den Soeten Inval. De laatste babbelaars met de Diesch-receptuur maakte Bas in september 2024, waarna hij met welverdiend pensioen ging. Op de dag van zijn afscheid was hij zelfs ‘Zeeuw van de Dag’ bij Omroep Zeeland.

De ketels en machines zullen worden weggehaald uit Koudekerke en zijn in de toekomst  te zien zijn in het nieuwe pand van Diesch aan de Kleverskerkseweg  in Middelburg.

Jan Christiaansen en Jan Kleinepier







Terug