Op website In tijdschriften De Wete
Heemkundige Kring Walcheren Heemkundige Kring Walcheren Heemkundige Kring Walcheren
Heemkundige Kring Walcheren Om door een 'ringetje' te halen
Heemkundige Kring Walcheren 'Steengoede' artikelen over 't Walcherse heem
Heemkundige Kring Walcheren Je komt 'een berg' te weten

De Hino - Automobielindustrie in Vlissingen




Grootse plannen

Hilversum 3 bestaat nog niet als dagblad De Stem op 20 augustus 1965 breaking news brengt: nog dat jaar zal in Vlissingen-Oost een fabriek van het Japanse automerk Hino gevestigd worden. Hino bouwt in Japan al decennialang personenauto’s, vrachtwagens en bussen. Het merk is in Azië groot, maar heeft in Europa nog geen voet aan de grond. Die eerste stap op Europese bodem zal dus in Vlissingen worden gezet. Daar gaat een Nederlands bedrijf Japanse auto’s assembleren, en dat brengt volgens De Stem tal van andere activiteiten met zich mee: “Op de eerste plaats een scheepvaartlijn op Japan voor de aanvoer van onderdelen. Sleepdiensten, scheepshandelaren en vele andere takken van nijverheid rond het havenbedrijf trekken daarvan dan profijt.” Er is, schrijft de krant, in Vlissingen al woonruimte voor leidinggevend personeel gehuurd en vergunning aangevraagd voor de bouw van eigen woningen. Het personeel zal in hoofdzaak uit het buitenland komen. De Stem noemt geen bron. Die blijft verscholen achter de vage formulering “zo vernemen wij”. De Leeuwarder Courant en Het Vrije Volk nemen diezelfde dag het bericht over en vergroten zo regionaal nieuws tot landelijke proporties. 

De PZC laat een dag later wél een bron aan het woord: J.Chr.M.A.M. Deuss jr. uit Nijmegen, 22 jaar, die zichzelf voorstelt als voorzitter van de raad van bestuur van de in oprichting zijnde NV Automobielfabriek Nederland. Hij vertelt in 1966 Hino-vrachtwagens te gaan bouwen met onderdelen die Hino Motors Ltd uit Japan zal leveren. Dat jaar zal hij ook al tweeduizend kant-en-klare Hino-personenwagens importeren. Het gaat om de Hino Contessa 1300. 

Later dat jaar wil Deuss in een nog te bouwen fabriek zelf die Contessa gaan bouwen. Hij heeft 40 duizend vierkante meter grond gehuurd naast de Scheldepoortwerf (nu Damen Shiprepair) in Vlissingen. Deuss denkt in het begin ongeveer tachtig man in dienst te nemen, deels van buiten de provincie en dus niet, zoals De Stem een dag eerder schreef, uitsluitend buitenlands personeel. Over vijf jaar verwacht hij in Vlissingen 1500 vrachtwagens en 10.000 personenauto’s per jaar te bouwen en te verkopen en daarmee aan zo’n vierhonderd mensen werk te bieden. De gemeenten Vlissingen en Middelburg hebben toegezegd mee te werken aan de huisvesting van het personeel. Bij de keuze om de fabriek in Vlissingen te vestigen was volgens Deuss, van groter belang nog dan de welwillende opstelling van de lokale overheden, dat in de Sloehaven het bedrijventerrein gelegen is aan diep open vaarwater, een faciliteit die Antwerpen, Rotterdam en Amsterdam hem niet hadden kunnen bieden. Die welwillende opstelling mag, terugblikkend, kritiekloos genoemd worden. 

Loco-burgemeester Gillissen Verschage van Vlissingen bevestigt dat er een verzoek is ontvangen om zestig woningen beschikbaar te stellen voor personeel van Hino en laat weten “alle mogelijke moeite te zullen doen om voor de gevraagde huisvesting te zorgen”. Opnieuw wordt regionaal nieuws landelijk nieuws als dagblad De Tijd het PZC-bericht overneemt. 

Renault 8?

In november 1965 staat er een groot bord in Vlissingen-Oost met de tekst “Hier bouwt NV Automobielfabriek Nederland Hino motors AG”. Een foto van het bord haalt de voorpagina van de PZC die erbij vermeldt dat de bouw van een hal “over enkele weken zal starten en 2 à 3 maanden zal vergen”. In die hal zullen, volgens de krant, in maart 1966 vrachtwagens van het merk Hino type KM, met een kantelcabine en een draaglast van 3,5 ton geassembleerd worden.

Tijdens een persbijeenkomst in het Amsterdamse Hiltonhotel in december 1965 vertelt Deuss dat er in 1966 in Vlissingen driehonderd vrachtwagens geproduceerd gaan worden. Pacht het bedrijf nu nog 4 hectare, volgens Deuss is uitbreiding tot 38 hectare mogelijk. Tijdens die bijeenkomst wordt ook de Hino Contessa getoond. Volgens de verslaggever van de PZC lijkt die verrassend veel op de Renault 8. Niet verwonderlijk, in de wetenschap dat Hino in Japan voor Renault auto’s in elkaar zet.          

De Telegraaf beoordeelt de auto als volgt: “De Contessa leek mij op het eerste gezicht een solide middenklasser, waarvan de conventionele Europese lijnen terstond de Renault 8 in herinnering roepen. Het interieur is goed verzorgd en voorziet in voldoende hoofd- en beenruimte, behalve voor lieden met extra lange onderdanen, die het misschien een tikje moeilijk krijgen met de plaatsing van het stuur (hoog opgehangen), pedalen en pook. De kofferruimte is flink. De opbouw van de achterin geplaatste 1253 cc, 55 pk, 4 cilinder motor (compressie 8.5:1) doet ook al aan Renault denken. De maximumsnelheid ligt rond de 130 km/u. Als benzinegebruik geeft de fabriek op 6,5 liter per 100 km bij een gemiddelde snelheid van 75 km/u. De tank meet 37,5 liter. Bij de nogal stijve prijs (f 6970) zijn accessoires als kachel, achteruitrijlamp en armsteunen inbegrepen.”

De PZC is een paar dagen later enthousiaster: “De Contessa maakt een zeer solide, degelijke indruk, de uitrusting is compleet, de ruimte redelijk. Opvallend comfortabel en mooi uitgevoerd zijn de stoelen en de achterbank.”

Vuurwerk

In maart 1966 valt er in Vlissingen-Oost nog maar weinig bedrijvigheid te bespeuren terwijl eind april daar de eerste vrachtwagen geassembleerd zou moeten zijn. Van het bedrijf is enkel nog maar een houten keet te zien. Toch schrijft De Stem vol vertrouwen: “De bedrijvigheid zal niet lang op zich laten wachten. Eind van deze maand zullen er in het Sloegebied een aantal stalen loodsen worden opgericht waarin de assemblage van de vrachtwagens van start gaat.”

En dan is daar de aankondiging dat commissaris van de Koningin mr. J. van Aartsen op 27 april de eerste steen gaat onthullen van te bouwen automobielfabriek in Vlissingen-Oost.

Op die, naar later zal blijken, memorabele 27ste april bereikt Hino Nederland als een komeet het hoogste punt, begeleid door spectaculair vuurwerk op de Vlissingse boulevard. De nu 70-jarige garagehouder Guus van Oorschot stond in april 1966 op de boulevard te kijken naar die vuurwerkshow toen Hino in hotel Britannia met “veel hotemetoten, toeters en bellen” van start ging. “Ik heb in mijn leven nooit meer zulk mooi vuurwerk gezien.” 

De PZC doet de volgende dag uitgebreid verslag van de feestelijkheden waarin de woorden gelukkig, verheugd en voldaan veelvuldig voorkomen. Op die dag in april 1966 is de stemming dus opperbest. Vader en zoon Deuss vormen het stralende middelpunt. Junior vertelt dat in 1964, tijdens de autosalon in Parijs (Mondial de l’Automobile), waar Hino de Contessa presenteerde, voor het eerst contact met de Japanners is gelegd. Hino Japan, dat thuis concurreert met Nissan, Toyota en Isuzu op een zo langzamerhand verzadigd rakende markt, voelde volgens Deuss veel voor expansie richting Europa.

Deuss senior laat weten dat de productie van de eerste drie maanden al verkocht is en voegt eraan toe dat men al over een behoorlijk aantal dealers in Nederland en België beschikt. In de kranten verschijnen inderdaad advertenties van onder andere de garagebedrijven Cum Laude in Groningen, Zeegers in Oostburg, Deen in Glimmen, Van Driel in Axel, Rogiest in Vlissingen, Visser in Noordbergum en Garage Centrum in Colijnsplaat. Allemaal laten ze weten enthousiast dealer te zijn van de Hino Contessa, die inmiddels overigens geen 6970 maar 7470 gulden kost. 

In Vlissingen, zegt Deuss senior, zal naast de productiehal een onderdelenmagazijn gebouwd worden dat heel Europa kan bedienen omdat “we weten dat een goede start alleen dan mogelijk is wanneer de service vanaf het begin verzekerd is. We moeten de afnemers van onze producten duidelijk maken dat achter hetgeen zij kopen een organisatie staat die weet dat bij aflevering de verkoop pas begint.” 

Commissaris van de Koningin Van Aartsen spreekt zijn vreugde uit over het nieuwe bedrijf en merkt op dat iedereen het recht opeist de eerste te zijn die zich in Vlissingen-Oost heeft gevestigd. “Er is echter niet aan te tornen dat dit De Schelde is”, vervolgt hij. “De strijd om de tweede plaats is een wedloop tussen Billiton [aluminiumsmelterij, jm] en Hino.” De zilveren medaille gaat wat hem betreft naar Hino: “U gaat van die twee nu als eerste bouwen.”

Na Van Aartsen komt de directeur van het Havenschap, mr.dr. A.J.J.M. Mes, aan het woord. Ook hij is verheugd maar tevens verwonderd over het feit dat “alles met deze vestiging zo snel is gegaan”. Hij roemt het vooruitziende beleid van de gemeentebesturen van Middelburg en Vlissingen met betrekking tot de huisvesting. Die medewerking maakte van Mes naar eigen zeggen een gelukkig man. Tot de “hotemetoten” die Guus van Oorschot zag, kunnen naast voornoemden ook gerekend worden: Michiali Souma van de Japanse ambassade, Yoshindo Takahashi van Hino Japan en Jacques Garnier, vertegenwoordiger van Hino in Europa. 

Het uitgebreide gezelschap gaat vanuit Britannia per bus naar Vlissingen-Oost waar de commissaris van de Koningin door het wegtrekken van de Japanse vlag de eerste steen onthult van de te bouwen constructiehal die 40.000 vierkante meter groot zal worden. Die steen is volgens de krant van symbolische waarde. Mr. Van Aartsen steekt zichzelf een pluim op de hoed door vast te stellen dat niet alleen vader en zoon Deuss snel kunnen werken maar dat ook de provincie van wanten weet: “Want maandagmorgen had de Provincie vergunning verleend voor een stuk weg naar het fabrieksterrein en op donderdag lag die weg er al.” 

Als het gezelschap terug is in Britannia, geeft burgemeester mr. B. Kolff van Vlissingen uiting aan zijn vreugde over de vestiging van dit bedrijf. Hoe hij dat doet vermeldt de PZC helaas niet. Een dag na de zilveren medaille voor Hino wordt bekend dat de strijd om het brons nu gaat tussen Billiton en de Duitse chemiereus Hoechst die heeft laten weten in Vlissingen-Oost op een terrein van 25.000 hectare naar verwachting werk te gaan bieden aan ongeveer vijfhonderd man. 

Niemand op het feest weet dat het wat de bouw van de automobielfabriek in Vlissingen-Oost betreft bij die eerste symbolische steen zal blijven.

Woningen en garages

Op 1 mei 1966 begint Automobielfabriek Nederland dan echt met de assemblage van Hino-vrachtwagens. Aanloopmoeilijkheden vertragen de productiesnelheid. De Rijksdienst voor het Wegverkeer stelt eisen die men in Japan niet stelt; banden, transmissierem en brandstoftank moeten worden aangepast. Maar half juni komen er dealers uit Nederland en België naar Vlissingen-Oost om de eerste tien bestelde vrachtwagens af te halen. 

Ondanks de kinderziektes zijn er nog altijd grootse plannen. Zo wordt half juni aangekondigd dat er in september ook een zwaarder type vrachtwagen geassembleerd gaat worden, de Hino KM 900 met een draaglast van 9 ton, dat in Middelburg aan de Schroeweg een halve hectare grond is aangekocht om daar een garage annex opleidingscentrum te vestigen, dat daar ook maisonnettes gebouwd gaan worden waar de monteurs, in dienst bij de dealers, tijdelijk kunnen verblijven als ze worden opgeleid en dat er in Vlissingen-Oost nog een nissenhut zal verrijzen die als tijdelijk onderdelenmagazijn dienst zal gaan doen. Verder zijn er nog plannen voor de bouw van garages in Vlissingen en Goes.

De productie

In 1966 werd uiteindelijk maar een klein aantal lichte Hino-trucks geassembleerd. Voor de Contessa was 1966 met 144 stuks ‒ geïmporteerd, niet in Vlissingen geassembleerd ‒ een topjaar in Nederland. Het jaar daarop zouden er 140 verkocht worden, in 1968 nog maar zestien.

Toch is Hino Nederland in de zomer van 1966 nog geen zinkend schip, sterker nog, er stapt een ambtenaar aan boord die de overstap naar het bedrijfsleven wil maken. Op 1 augustus 1966 treedt R. Zijlstra in dienst als directeur van Deuss NV, een dochteronderneming van Automobielbedrijf Nederland. Op het stadhuis van Vlissingen, waar hij werkte als gemeenteontvanger, wordt Zijlstra bij zijn afscheidsreceptie bedankt voor 24 jaar trouwe dienst. Hij krijgt lof van de burgemeester, een clippertas van het gemeentepersoneel en een Delfts-blauw bord van zijn collega’s “in den lande”.

In augustus 1966, vier maanden na het onthullen van de eerste steen, bestaat de automobielfabriek nog altijd alleen maar op papier. In de nissenhut wordt ondertussen, schrijft de PZC, per dag welgeteld één Hino-vrachtwagen in elkaar gezet. In dat jaar hadden er toch wel zo’n 130 wagens, van 14.850 gulden per stuk, afgeleverd kunnen worden. Er zouden inmiddels zestig vrachtwagens besteld zijn en in de orderportefeuille, meldt De Stem, zit ook een opdracht van de stad Athene voor de levering van honderd Hino-vuilniswagens. Aan het productielijntje in de loods werken op dat moment acht man in bedrijfskleding, geen overall maar grijze broek, grijs jasje met daarop de naam Hino. Daarnaast heeft het bedrijf nog zo’n dertig mensen in dienst. Om de transportkosten uit Japan te drukken, worden hier onderdelen besteld bij Koni (schokbrekers), Staalglas (ruiten), Slotboom (brandstoftanks), Goodyear (banden) en Acifit (accu’s).

Werknemer

Ko Dingemanse, geboren in 1934, werkte als automonteur voor Ford. Met zijn vrouw en twee kinderen woonde hij boven de garage aan de Zusterstraat in Middelburg. In juni 1966 ging hij voor Hino Nederland aan de slag. Het grote feest in Britannia heeft hij dus niet meegemaakt, net zomin als de onthulling van de eerste steen. De gemeente Middelburg had vijf of zes woningen beschikbaar gesteld voor het eerste personeel van Hino. Dingemanse kreeg een van de twee woningen aan de Statenlaan. Naast hem woonde de heer Wildeman, die hem bij Hino had aangenomen. Verder waren er ‛Hino-huizen’ in Radenhove, Poortershove en de J.C. Mathiasstraat. Ook al was Dingemanse in april 1967 zijn baan bij Hino alweer kwijt, zijn woning behield hij. Hij woont er nog tot op de dag van vandaag. Gevraagd naar namen van directe collega’s, herinnert hij zich Geldof en Faasse. “Of ze nog leven weet ik niet.” Dingemanse kijkt niet verbitterd terug op die toch wel turbulente maanden. “Het enige wat me dwars zit is de laatste maand salaris die me nooit is uitbetaald. Verder vond ik het werk wel afwisselend. Ik moest brandstoftanks vervangen, toezicht houden op de spuiters die lakschade aan de Contessa herstelden. Want die wagentjes liepen door het transport van Japan naar Rotterdam en vandaar over de weg naar Vlissingen-Oost weleens een deukje op. Ook zaten ze onder een laag paraffine. Dat was in die tijd heel normaal, dat deden andere autofabrikanten ook. Dat vettige spul werd er met heet water afgespoten.”

Het bedrijf bestond uit een houten kantoortje met daarnaast twee nissenhutten en verder naar achteren, richting de Schelde, een houten schuurtje waar twee paarden in stonden. Ko Dingemanse: “In de Mathiasstraat woonde een man, ik geloof dat hij vroeger jockey was geweest, die niks met de productie van auto’s te maken had, die moest vooral voor de paarden zorgen. Het bedrijfsterrein was verhard met van die grote betonnen platen. Die lagen ook op de vloer van de nissenhut. Dat we er een vrachtwagen per dag in elkaar zouden hebben gezet is geen waar. Dat gemiddelde haalden we niet. Die vrachtwagens werden afgeleverd met een kaal chassis. De klant moest er zelf nog een carrosserie op laten bouwen.” Het waren volgens Dingemanse wel solide wagens met een weinig gebruikelijke motorrem. De grote baas, Deuss, zagen ze weinig. “Die liet zo’n beetje eens in de twee weken zijn neus even zien. Ook zijn vader kwam weleens, maar die werd volgens mij ondergesneeuwd door zijn zoon. Een snotneus, ja dat mag je gerust opschrijven. Wat hij met die paarden wilde, heb ik nooit geweten. Ik heb hem er nooit op zien rijden.”   

Tegenslagen

Eind 1966 wordt er voorzichtig gefluisterd dat het met de Automobielfabriek Nederland toch niet zo lekker loopt als was verwacht. Ging het de eerste maanden nog om geruchten, in februari 1967 blijft op de Auto-Rai in Amsterdam de Hino-stand verontrustend lang leeg. Dat is geen gerucht meer. Voor iedereen is daar zichtbaar iets met Hino aan de hand.

En dan durven toeleveringsbedrijven van zich te laten horen. Ze zeggen al maanden te wachten op hun geld. De firma Graansma, een bedrijf in autoverlichting, laat weten dat ook na aanmaningen Hino Nederland niet betaalt. De Utrechtse firma Sluyter, een bedrijf in elektrische uitrustingen en auto-accessoires, krijgt aanvankelijk nog wel maar later ook niet meer betaald: “Het nare bij Hino is dat ze doen alsof we lucht zijn.” Helvo, handelsonderneming in auto-onderdelen uit Middelburg, heeft van Hino 2500 gulden tegoed. “We zien geen kans dit bedrag geïnd te krijgen”, aldus de directie. In de haven van Rotterdam staan dan al wekenlang zo’n tweehonderd Hino’s Contessa die Hino Vlissingen niet meekrijgt omdat de inklarings- en vervoerskosten niet betaald zijn. 

Ook in vakbondskringen begint onrust te ontstaan. Personeel van Hino in Vlissingen laat de metaalbond ANMB weten dat ze twijfelen aan de leiding en zorgen hebben om hun baan. Het bedrijf van vader en zoon Deuss dat bij de start in Vlissingen-Oost nog Nederlandse Automobielfabriek in oprichting heette, is in de loop van 1966 van naam veranderd. Het is Automobielindustrie Hino Nederland geworden, met als enige eigenaar Deuss junior. 

Guus van Oorschot werkte een blauwe maandag in een van de nissenhutten van Hino. Hij werd ingehuurd als carrosseriespuiter maar zag al heel snel dat er in de bedrijfsopzet van alles rammelde. Zijn collega-spuiters moesten de verf verdunnen maar dan wel de lopers (jargon voor uitgezakte verf) in hun eigen tijd wegschuren en overspuiten. “De man uit het midden van het land die zijn bedrijf daar verkocht om hier bedrijfsleider te worden, is zo’n beetje aan de bedelstaf geraakt omdat Deuss afspraken niet nakwam, leveranciers niet betaalde en de verkoop van de Contessa voor geen meter ging lopen. Al kon die jonge Deuss wel geweldig goed lullen.” Van Oorschot heeft horen zeggen dat ook de rekening voor het vuurwerk op de boulevard nooit betaald is.

Het einde

Op 16 februari 1967 staat Deuss enkel nog met zijn initialen in de krant als de PZC meldt dat voor Hino Nederland het faillissement is aangevraagd. De rol van J.C.M.A.M.D. zou volgens de krant weleens kunnen zijn uitgespeeld. De man met de initialen was “de hele dag niet voor commentaar bereikbaar” maar de volgende dag bericht Het Vrije Volk dat Hino Nederland door de rechtbank in Arnhem failliet is verklaard en dat de belangen van de Hino-rijders zullen worden overgenomen door Toyota. 

Hoewel de acht personeelsleden in de nissenhut van Hino zich dus al maanden zorgen maken, krijgen ze pas op vrijdag 17 februari van Deuss te horen dat ze eind maart ontslagen zullen worden. De vakbond adviseert het personeel bezwaar te maken tegen het ontslag zodat de zaak in elk geval via het arbeidsbureau gaat lopen. Districtsbestuurder Kats heeft drie weken voor het faillissement van de directie nog de verzekering gekregen dat de bouw van de nieuwe fabriek gewoon doorgang zou vinden. Een paar dagen later laat mr. J.W.M. van der Grinten, curator van het dan al failliete Hino Nederland, weten dat er mogelijk onvoldoende geld in kas is om de lonen door te betalen. De totale schuldenlast van Hino zou volgens hem weleens kunnen oplopen tot 4 miljoen gulden. 

Kort daarna wordt tijdens een bijeenkomst in het houten kantoortje van Hino Nederland het personeel door de curator, wegens gebrek aan geld, met onmiddellijke ingang ontslagen. Deuss en zijn secretaris zijn aanwezig bij die bijeenkomst, maar ze worden op verzoek van het personeel uit het lokaal gezet. De import van de Hino Contessa wordt overgenomen door de Gecombineerde Import Van Automobielen (GIVA) in Leidschendam, een zusteronderneming van Toyota-importeur Louwman en Parqui in Rotterdam. Louwman laat weten geen enkele belangstelling te hebben om ook het failliete Hino Nederland over te nemen. Over het bedrijf van Deuss zegt hij “nog nooit zo’n hopeloos kinderachtige opzet gezien te hebben”. De Metaalkoerier, het blad van de bond, bevestigt dat beeld: “De administratie, die deskundig werd opgezet, veranderde in een verzameling kladpapiertjes. Het afpoeieren van schuldeisers werd tot systeem verheven.” Volgens het blad moesten er telkens nieuwe leveranciers gevonden worden die op krediet wilden leveren. “Begin oktober stond de productie plotseling stil omdat de banden op waren. De directeur heeft niet willen luisteren naar de talrijke waarschuwingen van zijn personeel. Wel haalde hij op een dag vijf monteurs uit de productie om een stal voor zijn paarden te timmeren.” 

Op een verificatievergadering in september 1967 in het paleis van justitie in Arnhem blijkt dat de firma van Deuss in de anderhalf jaar van haar bestaan een schuld had opgebouwd van 5,5 miljoen gulden. Daar stond slechts 230.000 gulden tegenover, verkregen uit de verkoop van de loodsen en de inboedel. “Alleen voor de crediteuren met algehele preferentie ‒ lees: de Belastingdienst ‒ is er iets te halen. Voor de overige crediteuren is er niets te verwachten”, zegt de curator. Voor het personeel blijft de schade beperkt tot anderhalve maand gederfd salaris. Honderden schuldeisers vissen achter het net, dus ook het bedrijfspensioenfonds dat voor ruim 11 duizend gulden het schip in gaat.

Op 9 augustus 1972 wordt het faillissement van de heer J.Chr.M.A.M. Deuss, dan nog net geen 30, opgeheven.  

Jan Moekotte

NV Automobielfabriek Nederland, Hino Motors, Sloegebied Vlissingen, 1966.

De Hino Contessa 1300, 1966. (reclamefolder)

Renault 8, 1966.

De Stem, 26 maart 1966. (ZB, Krantenbank Zeeland)

De Stem, 24 oktober 1966. (ZB, Krantenbank Zeeland)

De Stem, 9 augustus 1972. (ZB, Krantenbank Zeeland)

RAI-catalogus, februari 1967.

Productie van lichte vrachtauto's bij Hino Motors, Sloegebied Vlissingen, 1966. (ZB, Beeldbank Zeeland, Jacqueline Midavaine, 97992)

De opening van Hino Motors door de commissaris der Koningin Van Aartsen, Sloegebied Vlissingen, 27 april 1966. (ZB, Beeldbank Zeeland, Jacqueline Midavaine, 100451)

De opening van Hino Motors door de commissaris der Koningin Van Aartsen, Sloegebied Vlissingen, 27 april 1966. (ZB, Beeldbank Zeeland, Jacqueline Midavaine, 100454)







Terug