Op website In tijdschriften De Wete
Heemkundige Kring Walcheren Heemkundige Kring Walcheren Heemkundige Kring Walcheren
Heemkundige Kring Walcheren 'Steengoede' artikelen over 't Walcherse heem
Heemkundige Kring Walcheren Je komt 'een berg' te weten
Heemkundige Kring Walcheren Om door een 'ringetje' te halen

Vet zwemmen - De Scheldebekerwedstrijd van 1939.




De voorbereidingen

In 1939 is de datum voor de Scheldebekerwedstrijd bepaald op 15 juli. Er wordt op die zaterdag weer gestart vanuit begeleidende jollen van het Loodswezen, rond één uur ’s middags ter hoogte van de vuurtoren van Nieuwesluis. Twee jaar eerder is besloten dat hoogstens twintig deelnemers mogen starten, onderverdeeld in vijf buitenlanders, vijf Zeeuwen en tien andere Nederlanders. De wedstrijd wordt uitgeschreven door de Zeeuwse Zwemkring (ZZK) van de KNZB, de organisatie is in handen van het Scheldebekercomité. Aan zwemverenigingen in binnen- en buitenland zijn in totaal 222 uitnodigingen verstuurd. Op het strand aan de boulevard in Vlissingen is een grote padvinderstent geplaatst waar verpleegsters de zwemmers opvangen, ontvetten en zo nodig medische hulp verlenen. Voor te zeer uitgeputte zwemmers staat op de boulevard een ziekenwagen van ziekenhuis Bethesda klaar. Van scheepswerf De Schelde is een zuurstofapparaat aanwezig. Drie andere zuurstofapparaten zijn verdeeld over de motorboten waarop ook artsen en verplegend personeel meevaren. Omdat de Engelsman Cecil Deane in 1937 voor de tweede maal achtereen de Scheldewisselbeker had gewonnen, was deze definitief zijn eigendom geworden. Maar burgemeester Van Woelderen stelde opnieuw een grote zilveren beker beschikbaar, nu met de restrictie dat deze driemaal gewonnen moet worden om ’m te mogen behouden. De zilveren Scheldeschaal voor de snelste vrouw, geschonken door dokter A. Staverman, dient tweemaal achtereen of drie keer in totaal gewonnen te worden.
Ter dekking van de kosten is er vooraf weer een voetbalwedstrijd gespeeld. Die vond plaats op 7 juli tussen een combinatie van spelers van twee Vlissingse clubs en een militair elftal en leverde f 62,59 op. De verkoop van de intekenlijst bracht nog eens een bedrag van 267 gulden in het laatje.

Regels en wensen

Via de Zeeuwse Zwemkring heeft de KNZB bij het Scheldebekercomité meer zeggenschap over het wedstrijdgebeuren afgedwongen. In een brief van 17 april 1939, ondertekend door kringvoorzitter M.L. Remery, stelde de zwembond onomwonden: “De beslissing over het doorgaan van de wedstrijd dient te berusten bij de Voorzitter-Kamprechter 1 die voor de wedstrijd is aangewezen. Hij zal zich daarbij wel door deskundigen van het Loodswezen en Marine laten voorlichten.” En voorts: “De Voorzitter-Kamprechter heeft te allen tijde het recht de wedstrijd niet te doen door laten gaan.” De bemoeienis ging nog verder: “Het Scheldebekercomité dient de beschikbaarheid van de prijzen zoo te regelen dat die meer in overeenstemming is met de overal gebruikelijke wijze”, waarna nadere precisering volgde over bijvoorbeeld de dikte van de verguldingslaag van de zilveren medailles per klassering. Ten aanzien van de prijsuitreiking: “Tot nog toe was het de gewoonte bij de prijsuitreiking de Zeeuwsche Zwemkring te passeeren, niettegenstaande zij de Technische organisatie verzorgt. Wij zouden het daarom zeer op prijs stellen, in het vervolg een afgevaardigde van het bestuur van de Z.Z.K. uitgenodigd te zien voor de prijsuitreiking.” De brief eindigde met de zinsnede dat de bond erop vertrouwde “dat U van een en ander goede nota zult nemen en aan de uitvoering van het voorgestelde gevolg zult geven”. Het Scheldebekercomité heeft zich kennelijk vrij gemakkelijk geschikt naar de eisen van de ZZK. Dit jaar vindt er ook voor het eerst een afdracht van 5 cent per deelnemer aan de KNZB plaats.

De deelnemers

Via bemiddeling van J. Noest, de vertegenwoordiger van de Stoomvaart Maatschappij Zeeland in Londen, doen drie gerenommeerde Londense zwemmers mee:

‒ Cecil Deane (1917-1942), de Scheldebekerwinnaar van 1936 en 1937 en de snelste in de alternatieve kanaalrace Middelburg-Vlissingen van 1938, lid van Pinguin Swimming Club.
‒ F.G. Potts, lid van de Otter Swimming Club, in 1938 vierde in de kanaalwedstrijd. In de laatste, zware zeezwemrace naar het Engelse eiland Wight (ca. 15 km) is hij derde geworden.
‒ Frederick Gill van de Leander Swimming Club.

De 33-jarige Jan Stender (1906-1989) uit Hilversum is ook weer van de partij. Hij zal voor de achtste keer aan de oversteek beginnen. In antwoord op de persoonlijke invitatie schreef hij: “Vanzelfsprekend ben ik deelnemer. Ik hoop dat het dit jaar een echte Scheldewedstrijd wordt en geen kanaalwedstrijd. Met het klimmen der jaren behoeft men van mij geen overwinning meer te verwachten. Ik hoop echter een record te vestigen wat betreft het aantal malen dat ik zal deelnemen.” Ook Han Boomsma (1901-1981) uit Middelharnis, lid van ZIAN uit Den Haag, doet evenals in 1937 en in 1938 dit jaar weer mee. Hij ging ook al van start in de eerste twee Scheldebekerwedstrijden, in 1930 en 1931. Volgens het clubblad van ZIAN is Han “still going strong”. Schoolslagzwemster Jenny Kastein (1913-2000), meervoudig Nederlands kampioene en wereldrecordhoudster op de 400 en 500 meter, komt haar zilveren Scheldeschaal verdedigen. In 1937 was zij de snelste vrouw. Maar weinigen geloven dat zij dit jaar kan winnen van crawlende tegenstandsters als Rie Aarsbergen-Olsen, Nelly Coenen en Willy den Ouden. De inschrijving van meervoudig wereldrecordhoudster en sprintlegende Willy den Ouden 2 van RDZ uit Rotterdam komt voor velen als een verrassing. Officieel heeft ze immers haar zwemcarrière al in 1938 afgesloten. Kan ze dat nog wel aan, zo’n lange zware zeewedstrijd? Het Friese idool Gatze Nieuwland (1916-2003) mag deze keer wel van start gaan, in tegenstelling tot 1937 toen hij niet werd geselecteerd. Of de brief op poten die het bestuur van zijn zwemvereniging De Groote Wielen uit Leeuwarden toen stuurde, hierbij een rol heeft gespeeld is niet bekend. Er zijn voor Zeeuwen dan wel vijf plaatsen beschikbaar, maar alleen Kees Wagenaar en E.G. Sanders, beiden van De Zeehond uit Vlissingen, staan op de lijst. Kennelijk is de animo onder Zeeuwse zwemmers en zwemsters dit jaar niet groot. De jonge Kees Wagenaar (1921-1986) geniet binnen de provincie al enige bekendheid. Zo won hij de voorbije twee jaar de Havenwedstrijd van Breskens (1800 meter), de twee kilometer lange Ronde van Sas van Gent en – in 1938 ‒ de 2,5 kilometer aan het Goese Sas. Jarenlang zal Kees – die zich later Cor noemde ‒ zijn stempel drukken op het regionale gebeuren, aanvankelijk als succesvol zwemmer en polospeler, later ook als waterpoloscheidsrechter, diplomaconsul, KNZB-official en bestuurslid van de Zeeuwse Zwemkring.

Paniek in Zandvoort

Een zwemmer die al eens eerder meedeed (1934) en door de afgelasting in 1935 voor niets naar Vlissingen kwam, Karel Zeegers uit Amsterdam, komt nu niet voor op de deelnemerslijst. Toch heeft hij flink getraind voor de wedstrijd. Dit valt op te maken uit krantenberichten over hevige consternatie op het strand bij Zandvoort op zondagmiddag 26 juni. Achter de woeste branding werd het hoofd van een zwemmer gezien. Het was druk op het strand. “Hij kan niet meer terug”, “hij verdrinkt”, “hij zit in een mui” werd er geroepen. Een snel groeiende menigte keek met ontzetting de zee op. Twee jonge Amsterdammers begaven zich onder luide aanmoedigingen te water, maar al gauw moesten ze hun strijd tegen de golven staken en terugkeren op het strand. Intussen was de reddingsbrigade gealarmeerd. Er werd een reddingsvlet gestreken en met veel moeite lukte het de roeiers om buiten de zandbanken te komen. Zo’n 800 meter uit de kust ontwaarden ze de zwemmer die rustig voortzwom. Het werd hen dan ook snel duidelijk dat ze met een uitstekend zeezwemmer te maken hadden. Het bleek Karel Zeegers te zijn, een bekend langeafstandszwemmer. Hij vertelde te trainen voor de Scheldebekerwedstrijd die de volgende maand zou plaatsvinden en wilde geen gebruik maken van het aanbod om mee terug te varen. Toen de zwemmer na enige tijd aan wal kwam keerde het publiek zich tegen hem. Ze zagen hem als een roekeloze waaghals en wilden hem opbrengen naar het politiebureau. Hij kreeg niet eens de gelegenheid zich af te drogen en aan te kleden. Daar werd Zeegers behoorlijk nijdig om. De inmiddels gearriveerde politieagenten moesten een paar flinke tikken uitdelen om de zwemmer te ontzetten. Ook de bemanning van de reddingsboot was nog niet met hem klaar. Op het politiebureau werd de kwestie door Zeegers afgedaan met het aanbieden van excuses voor de overlast die hij had veroorzaakt.

De dag van de wedstrijd

Het bijeenkomen van de ‘heren van advies’ Van der Stad, Staverman, Van der Jagt, Streefkerk, Kamermans, De Jong, Weijermans en Dogger om te beslissen over het wel of niet doorgaan van de wedstrijd, is een wassen neus. Alle lichten staan deze dag op groen. De deelnemers die met de trein van 10.09 uur op het station arriveren, worden afgehaald door bestuursleden van de Vlissingse zwemclub VZC en naar de Belgische tender gebracht die om 10.30 uur afvaart naar Breskens. Deze deelnemers worden tijdens de overtocht gekeurd. De andere deelnemers, die eerder aanwezig zijn, hebben hun keuring inmiddels al ondergaan in de ziekeninrichting van de Marine, vlakbij het station. Dokter Staverman bevindt alle gekeurden in uitstekende conditie. Op twee na, want over Siesterman van Ooye en Dill is hij minder te spreken. Toch zijn ze goed genoeg om te kunnen meedoen. Er ontstaat enige paniek als blijkt dat even voor de afvaart Cecil Deane nog niet is komen opdagen. Hij blijkt in het Grand Hotel Britannia nog rustig aan zijn breakfast te zitten. Er wordt een taxi gestuurd om hem op te halen. Het invetten vindt ook aan boord plaats, tijdens de overtocht naar Breskens. Hun afgelegde kleding stoppen de zwemmers in genummerde dozen, die met de juryboot terug naar het Vlissingse Roeiershoofd en vervolgens per auto naar de finish op het Badstrand worden gebracht. Alle deelnemers is verzocht een afsluitbare koffer mee te nemen met daarin een stel reservekleren. Die gaat mee in de begeleidende jol voor het geval men de wedstrijd moet staken. De zwemmers is aangeraden een extra (bad)jas mee te nemen daar er geruime tijd verloopt tussen het invetten en de start. Vooral tijdens het verblijf in de open roeibootjes, onbeschut tegen weer en wind, is dat geen overbodige luxe. Inmiddels wordt bekend dat de 55-jarige A. van der Meer (HZ&PC) niet mee zwemt. Hoewel hij vanuit Den Haag is afgereisd, ziet hij vanwege een verkoudheid af van deelname. Voor hem in de plaats komt eerste reserve W. Dill, van de vereniging ZIAN, ook uit Den Haag. Tijdens de overvaart vertelt Willy den Ouden dat ze eigenlijk vanwege een weddenschap meedoet. Hoewel ze enkele malen in de zee voor Scheveningen heeft getraind, denkt men niet dat ze de moeilijke Schelde over kan zwemmen. Zelf bekent ze er ook niet helemaal zeker van te zijn, maar het lijkt haar wel leuk om in deze bekende wedstrijd uit te komen. De sfeer aan dek zit er onder de deelnemers goed in. De populaire Willy mag van de Britten zelfs snoepen van hun barley sugar. Onderwijl schiet de cameraman van het Polygoon Nieuws zijn filmbeelden, en hij zal dat ook gedurende de wedstrijd blijven doen. In de haven van Breskens stappen de deelnemers van de Belgische tender over in de volgens loting toegewezen jollen van het Loodswezen. In volgorde van het wedstrijdnummer wordt met de twintig jollen een lange sleep geformeerd achter een tonnenlegger. Die sleept hen naar de startplaats voor het vuurtorentje van Nieuwesluis. Daar aangekomen worden ze op stroom gehouden in afwachting van het startsignaal.

De wedstrijd

De weersomstandigheden zijn vrijwel ideaal. Het is heerlijk zomerweer, met een vlakke, kalme zee, en er staat een zuid-zuidwestelijk windje waardoor de vloedstroom langer aanhoudt. Een lichtbewolkte lucht voorkomt dat de zon de inwerking van het zoute zeewater op de ogen extra versterkt. Volgens het getijdenboekje is het hoogwater om 13.00 uur (NAP +1,58 m) en laagwater om 19.34 uur (NAP ‒2,01 m). Tegen halfeen ligt alles gereed, in afwachting van het startsignaal. Aan loods Jan Kamermans wordt het juiste tijdstip overgelaten. Iedereen tuurt naar de midden voor de rij roeiboten liggende juryboot. Dan gaat de blauwe vlag omlaag, het teken dat het startsignaal over ongeveer een halve minuut zal klinken. De deelnemers ontdoen zich van hun laatste kleding en gaan gereedstaan om het water in te duiken of te springen. Om 12.39 uur dreunt het kanonschot vanaf de mijnenlegger Abraham van der Hulst. Twintig van schapenvet gelig glimmende lichamen plonzen het zeewater in, richting Vlissingen. De jollen worden losgekoppeld en gaan op zoek naar hun ‘eigen’ zwemmer. Als roeiers fungeren dit jaar marinematrozen en Zeevaartscholieren. De bemanning wordt gecompleteerd door een stuurman (marinier of loods) en een gediplomeerd lid van de Vlissingse reddingsbrigade, voorzien van reddingsvest en zwemklos. Vanaf de juryboot observeren voorzitter-kamprechter P.H.J. Dogger en zijn officials het gebeuren rondom de start. Dan vaart de juryboot terug om de officials bij het Roeiershoofd aan land te zetten. Ze moeten op tijd bij de finish op het Badstrand klaarstaan.

Na tien minuten komt er enige tekening in het zwemmersveld. Jan Stender kiest zoals gewoonlijk weer voor de rechtelijntactiek. Daarbij neemt hij het risico om op het laatste gedeelte door de ebstroom onder de Walcherse kust voorbij de finish gezet te worden. Maar hij vertrouwt erop snel genoeg over te zijn, voordat de ebstroom echt op sterkte komt. Samen met Willy den Ouden, Nelly Coenen en Kees Wagenaar zwemt hij aan kop. De positie van Cecil Deane ten opzichte van dit groepje is onduidelijk. Deane geeft de voorkeur aan een meer oostelijke koers. Daardoor hoopt hij op het laatste stuk meer profijt te hebben van de opkomende ebstroom. Door snel te starten, een tactiek die hij vaak toepast, neemt hij aanvankelijk een voorsprong op zijn naaste belager Jan Stender. Na ruim een halfuur zwemmen ligt Stender ogenschijnlijk ‒ de beide zwemmers liggen breed uit elkaar ‒ in de beste positie. De dames Den Ouden en Coenen hebben Stender weliswaar moeten laten gaan, maar blijven redelijk goed volgen. Wagenaar, die vermoedelijk wat te overmoedig is begonnen, zakt terug. De vloed is dan ongeveer op z’n hoogst. Intussen zorgt de Marine ervoor dat de motorboten en zeiljachten van belangstellenden op ruime afstand blijven van de zwemmers. In de begeleidende jol steekt met enige regelmaat het reddingsbrigadelid een groot bord met het wedstrijdnummer van de zwemmer duidelijk zichtbaar omhoog. Wel zo makkelijk voor de toeschouwers en ook voor de varende marineman die de posities doorseint naar het ontvangststation van de Kustartillerie aan de wal. Door middel van een geluidsversterker en twee schoolborden (aan het strand en bij de muziektent op Boulevard Evertsen) kan het publiek voortdurend op de hoogte gehouden worden van het spannende verloop van de wedstrijd. Na ongeveer drie kwartier zwemmen gaat in de jol met het nummer 13 de rode vlag omhoog: opgave van E.G. Sanders uit Vlissingen. Voor de mensen van de pers en comitéleden is het motorvaartuig van het Belgisch Loodswezen van schipper Vigne weer beschikbaar, buffet incluis. Inspecteur Stroobants van het Belgisch Loodswezen is de gastheer van Ivonne Lauwereins, winnares van de eerste Scheldebeker in 1930. Zij volgt nog steeds met belangstelling ‘haar’ wedstrijd.

Aan de finish op het badstrand staat inmiddels alles gereed. In de grote padvinderstent loopt dokter Staverman in zijn karakteristieke witte doktersjas rond. Verpleegsters staan in een ander gedeelte klaar om de binnenkomende Scheldebedwingers van hun schapenvet te ontdoen. Medewerkers van het Rode Kruis zorgen, onder leiding van J. Kokelaar, voor brancards, dekens, koffie, warm water, handdoeken, zeep, benzine, watten en ander klein materiaal. Door het fraaie zomerweer is half Vlissingen uitgelopen om de binnenkomst mee te maken. De boulevard ziet dan ook zwart van het volk. Ook de ver in zee uitstekende wandelpier, vlak voor de finish, loopt vol. Inmiddels is wel duidelijk dat het zal gaan tussen de Engelsman Cecil Deane en Jan Stender. Deane’s keuze pakt gunstig uit. Hoewel hij een langere zwemweg heeft afgelegd krijgt hij nu het voordeel van de ebstroom, terwijl Stender het met zijn rechtelijntactiek zwaar te verduren heeft. Omstreeks tien voor twee klinkt het ‘God save the King’ als de kleine, motorbebrilde Cecil Deane over de finish komt. Onder luid gejuich en massaal applaus van het duizendkoppige publiek en begeleid door het geloei van scheepsstoomfluiten, stapt de winnaar het strand op om daar als eerste de hand van burgemeester Van Woelderen te schudden. Hij laat de snelle tijd noteren van 1 uur, 11 minuten en 37,8 seconden. Dat is nagenoeg dezelfde tijd (1.11.43) als in 1937. Zijn record van 1.01.52 uit 1936 blijft dus overeind. Even later, voor de microfoon, vertelt Cecil dat hij lekker heeft gezwommen en dat hij onder de indruk is van de wijze waarop de wedstrijd is georganiseerd. Nog geen twee minuten na hem komt Jan Stender over de finish. Uitstekend gedaan, als je bedenkt dat hij het jaar ervoor, in het kanaal van Middelburg naar Vlissingen, nog negen minuten op Deane heeft moeten toegeven. De Engelsman F.G. Potts en de Fries Gatze Nieuwland kennen een sterke tweede helft, waardoor ze respectievelijk op een derde en een vierde plaats eindigen. En dan is de eerste vrouw, de stijlvolle, soepel zwemmende Willy den Ouden, al in zicht. Voor velen is dat een verrassing. De snelste vrouw ter wereld verslaat een flink aantal mannelijke langeafstandscracks. Het publiek reageert laaiend enthousiast. Winnaar Cecil Deane betoont zich een echte gentleman. Inmiddels gekleed in zijn witte clubshirt met het embleem van de Britse vlag loopt hij het water in om Willy naar het droge te begeleiden. Ze wordt namens het Scheldecomité verwelkomd door dokter Staverman die bij zijn witte doktersjas een hoge hoed heeft opgezet. Hij overhandigt de winnares een fraai boeket rode en witte bloemen. Het is immers Staverman zelf die de zilveren Scheldeschaal beschikbaar heeft gesteld voor de beste zwemster. Toch heeft Willy er met Nelly Coenen flink om moeten knokken. Slechts 1 minuut en 19 seconden moet de 19-jarige zwemster uit Bergen op Zoom op de wereldster toegeven. Coenen eindigt op de zevende plaats als tweede vrouw.

Te midden van dit vrouwengeweld houdt Kees Wagenaar keurig stand. Hij komt als zesde binnen, waarmee hij de beste Zeeuw is en dus de zilveren lauwerkrans in de wacht sleept. De resterende deelnemers finishen kort na elkaar. De badmannen Willem Roeting en Chris Castel werken zich uit de naad. Het is hun taak om de deelnemers en de leden van de reddingsbrigade vanuit de roeiboten met een vlet naar het strand te brengen en de koffers met kleding van de deelnemers naar de grote tent. Voor het omkleden van de deelnemers zijn de cabines onder de boulevard gereserveerd. De laatste twee matadors, de ‘oudjes’ Boomsma (38) en Mesritz (39), bezorgen de toeschouwers nog een spannend en vrolijk slot met hun onderlinge strijd tot op de laatste meters. Deze strijd wordt door Han Boomsma met twee seconden verschil beslist. De onderlinge verschillen tussen de deelnemers zijn dit jaar opvallend klein: tussen de nummer drie en rodelantaarndrager Emil Mesritz slechts twintig minuten.

De prijsuitreiking

Even na halfzes vindt de prijsuitreiking plaats in Grand Hotel Britannia. De voorzitter van het Scheldebekercomité, C.A. van Woelderen, constateert dat iedereen een bijzonder geslaagde sportmiddag heeft beleefd en hij dankt zeer uitgebreid alle instanties en personen die aan het welslagen van het evenement hebben bijgedragen. “Daarna richtte de burgemeester zich nog speciaal tot den volijverigen secretaris, den heer A. Korteweg, die als opvolger van de heeren Toussaint en Van Hal, met groot talent en trouw de vele voorbereidende werkzaamheden heeft verricht”, aldus de Vlissingsche Courant. Van Woelderen brengt nog even onder de aandacht dat de Scheldebekerwedstrijd nu tienmaal is voorbereid. Twee keer, in 1935 en in 1938, is hij niet doorgegaan. Alle functionarissen zijn in de loop van die tijd vervangen, behalve dokter Staverman. Hij heeft in al deze tien voorbereidingen een groot aandeel gehad en er mede voor gezorgd dat dit evenement een bijzondere plaats in de Nederlandse zwemsport heeft verworven. Vervolgens gaat Van Woelderen over op de uitreiking van de prijzen en de zilveren herinneringsmedailles aan de andere deelnemers. Voor iedereen heeft hij een toepasselijk woord. Tegenover de als laatste geëindigde Mesritz, de oudste deelnemer, spreekt hij zijn bijzondere waardering uit dat hij als 39-jarige de tocht volbracht heeft. Niemand kan dan nog bevroeden dat drieënhalf jaar later, op 23 april 1943, de Joodse handelsreiziger Emil Adolf Mesritz met zijn vrouw Clara Gazan en hun 11-jarige zoon Louis in het vernietigingskamp Sobibor in Polen zullen worden vergast.

De uitslag
1. Cecil T. Deane (22 jr., Penguin SC, Londen) 1.11.38
2. Jan Stender (33 jr., Dolfijn, Amsterdam) 1.13.16
3. F.G. Potts (Otter SC, Londen) 1.17.03
4. Gatze Nieuwland (22 jr., Groote Wielen, Leeuwarden) 1.18.53
5. Willy den Ouden (21 jr., RDZ, Rotterdam) 1.19.44
6. Kees Wagenaar (17 jr., Zeehond, Vlissingen) 1.20.23
7. Nelly Coenen (19 jr., Juliana, Bergen op Zoom) 1.21.03
8. Jan Siesterman van Ooye (ZIAN, Den Haag) 1.22.13
9. N. Vreeswijk (Star, Utrecht) 1.22.45
10. Daan de Vos (RZC, Rotterdam) 1.23.29
11. W. Versluys (20 jr., Juliana, Bergen op Zoom) 1.24.04
12. Frederick Gill (SC Leander, Londen) 1.25.22
13. Rie Aarsbergen-Olsen (24 jr., RDZ, Rotterdam) 1.28.56
14. Jenny Kastein (26 jr., ADZ, Amsterdam) 1.29.13
15. Nel Lagage (ZVR, Rotterdam) 1.29.18
16. W. Dill (ZIAN, Den Haag) 1.29.21
17. Marietje Kerkmeester (17 jr., ZVR, Rotterdam) 1.35.40
18. Han Boomsma (38 jr., ZIAN, Den Haag) 1.37.38
19. Emil Mesritz (39 jr., AZC 1842, Arnhem) 1.37.40
Opgegeven: E.G. Sanders (Zeehond, Vlissingen)

Legendarische wedstrijden

Scheldebekerwedstrijden zijn legendarische zwemwedstrijden die in de periode 1930-1966 werden gehouden over de monding van de Westerschelde. Er zijn 22 wedstrijden om de Scheldebeker geweest; de laatste, in 1966, vond plaats in het Veerse Meer. Vijfmaal moest de wedstrijd worden afgelast vanwege ongunstige weer- en zwemcondities. In 1935 konden de deelnemers onverrichter zake terug naar huis. Voor de vier edities daarna had het draaiboek daarin voorzien en kon het hele spul worden verkast naar Middelburg voor een alternatieve kanaalrace van vijf kilometer naar Vlissingen. Dat gebeurde in 1938, 1947, 1957 en 1965. Ieder van de twintig geselecteerde deelnemers kreeg een roeiboot ter beveiliging toegewezen. Meestal werd er vanuit deze bootjes gestart voor de vuurtoren van Nieuwesluis. De deelnemers moesten zelf hun zwemroute naar de finish in Vlissingen bepalen. Aanwijzingen vanuit de begeleidende roeiboten mochten niet worden gegeven. Hoewel de afstand hemelsbreed ongeveer 4700 meter is, werd vaak zesenhalf tot zeven kilometer afgelegd, gedwongen door de dwars op de zwemrichting staande getijstromen. Gewoonlijk werd er zo’n 15 à 20 minuten voor hoogwater gestart. Eerst werden de zwemmers dan nog met de staande vloedstroom oostwaarts de rivier in geduwd, maar tijdens de kentering werd de eigenlijke oversteek gemaakt. Ten slotte werd, profiterend van de opkomende ebstroom, voorlangs de boulevard het laatste stuk naar de finish op het Badstrand afgelegd. De organisatie achter de wedstrijd was ongekend. In het Scheldecomité hadden vrijwel alle grote namen uit het maatschappelijke en maritieme leven van Vlissingen zitting. Via hen kon men beschikken over het benodigde materieel, vaartuigen, deskundigheid en manschappen. Op de wedstrijddag zelf was er 350 tot 400 man in touw. Half Vlissingen liep uit om het spektakel te aanschouwen wanneer de deelnemers hun laatste 1500 meter voorlangs de boulevard aflegden. Een mooier podium kon men zich niet wensen. Op de deelnemerslijsten van de Scheldebekerwedstrijd komen de namen voor van vele grootheden uit de Nederlandse zwemhistorie, ook van een aantal uit Engeland en België: Europese en wereldkampioenen, wereldrecordhouders, Olympiagangers, bedwingers van Het Kanaal en succesvolle professionele marathonzwemmers. Door de sterk wisselende natuurelementen was elke Scheldebekerwedstrijd anders. Avontuur, uitdaging, heroïek en drama kenmerkten deze unieke, historische zwemklassieker.

Dit artikel is afkomstig uit boek Historie van de Scheldebekerwedstrijden (1930-1969) van Piet Schop.

1. Voorzitter-kamprechter, tegenwoordig wedstrijdleider genoemd.
2. Willy den Ouden (1918-1997) behoort tot de grootste zwemtalenten die Nederland heeft gekend. Al in juli 1931 zwom de toen 13-jarige Rotterdamse haar eerste Nederlandse record op de 100 meter vrije slag. Tussen 1931 en 1935 werd ze vijfmaal Nederlands kampioen op die afstand, verbeterde ze negentien maal het Nederlands record, zesmaal het Europees record en viermaal het wereldrecord op de sprintafstand. Naar achteraf blijkt, zwom Willy den Ouden op 27 februari 1936 in Amsterdam met 1.04.6 een legendarisch wereldrecord dat maar liefst twintig jaar zou standhouden. Eind 1935 bezat ze alle wereldrecords op de vrije slag tot en met de 500 meter. Op de Olympische Spelen van Los Angeles in 1932 won Willy tweemaal zilver en in Berlijn (1936) het goud met de estafetteploeg.

Bronnen:
‒ Gemeentearchief Vlissingen.
‒ ‘Zwemmer liet zich niet redden’, in: Soerabaijasch Handelsblad, 6 juli 1939,
‒ W. den Boer, P. Duinker en J. van Kuijeren. ‘Zwemmen ’n eeuwig feest’, Utrecht 1988.
‒ ‘Draaiboek van den 8en Internationalen Scheldebeker Zwemwedstrijd 1939’.
‒ J. van Kuijeren en R. Broer, ‘Openwater-jubileumboek’, Utrecht 1998.
‒ ‘In memoriam’, Den Haag 1995.
‒ A. Witkamp en L. van de Ruit, ‘De top 500. De beste Nederlandse sporters van de eeuw’, Maarssen 1999.
‒ ZIAN-clubblad Het Ooievaarsnest, Den Haag 1939.
‒ delpher.nl
‒ krantenbankzeeland.nl

Afbeeldingen:
Willy den Ouden wordt als eerste gefeliciteerd door dokter Staverman, Scheldebekercomitélid en hoofd/leider van de medische dienst, Vlissingen 1939. (Uitgeverij Ons Zeeland, Veere)

Winnaar Cecil Deane loopt de eerste dame Willy den Ouden tegemoet die ca. 8 minuten na hem finisht, Vlissingen 1939. (Uitgeverij Ons Zeeland, Veere)

Scheldebekercomitévoorzitter burgemeester Van Woelderen feliciteert de Engelse winnaar Cecil Deane met zijn overwinning. Afbeelding uit 1937 maar de situatie in 1939 is identiek. (Het Volksdagblad, dagblad van Nederland, 13 juli 1937)

De Scheldebeker die door burgemeester Van Woelderen in 1930 persoonlijk als wisseltrofee beschikbaar werd gesteld. (De Revue der Sporten, jaargang 24, nr. 51, 27 juli 1931, delpher.nl/tijdschriften)

In afwachting van het startsignaal liggen de begeleidende sloepen op volgorde van wedstrijdnummer in een lange sleep achter de tonnenlegger van het Loodswezen, die hen aan de rand van de vaargeul op stroom houdt. Ter hoogte van de vuurtoren van Nieuwesluis. Afbeelding uit ca. 1934, vergelijkbaar met de situatie in 1939. (Fotocollectie Gemeentearchief Vlissingen, PA 4110)

Deelnemers en leden van de organisatie op het badstrand bij de jaarlijkse Scheldebekerzwemwedstrijd in Vlissingen, 1934. De drie snelsten worden gehuldigd, vanaf links: Frits Wegenaar (tweede), winnaar Jan Stender en Frans Kuijper (derde), alle drie uit Amsterdam. (Fotocollectie Gemeentearchief Vlissingen, PA 4109)

Twee afbeeldingen uit het programmaboekje. (coll. Piet Schop)

Op een door het Belgisch Loodswezen beschikbaar gesteld motorvaartuig kunnen genodigden, comitéleden en mensen van de pers de wedstrijd van nabij volgen. Rechts burgemeester Van Woelderen en waarschijnlijk J.J. van der Jagt (comitélid, directeur van de gasfabriek en voorzitter van de Vlissingse zwemclub VZC), ca. 1935. (Fotocollectie Gemeentearchief Vlissingen, FA 30091)

Toeschouwers bij de Scheldebekerwedstrijd Breskens-Vlissingen op de boulevard in Vlissingen, 11 juli 1953. (Fotocollectie Gemeentearchief Vlissingen, foto Dert, FA 2963).


Scheldebekerwedstrijd






Terug