Op website In tijdschriften De Wete
Heemkundige Kring Walcheren Heemkundige Kring Walcheren Heemkundige Kring Walcheren
Heemkundige Kring Walcheren 'Steengoede' artikelen over 't Walcherse heem
Heemkundige Kring Walcheren Om door een 'ringetje' te halen
Heemkundige Kring Walcheren Je komt 'een berg' te weten

Piekjaren. Het Vlissingse jongerencentrum De Piek




De jaren zestig

In de jaren zestig kende Vlissingen een woelig uitgaansleven met gelegenheden om livemuziek te zien in de zalen van het Concertgebouw en nachtclub La Cave. Talloze baanbrekende groepen en artiesten traden er op: Golden Earring, Pink Floyd, The Motions, The Scorpions, Dave Berry, The Fortunes, The Outsiders, Q65. Maar nadat de frisse wind aan het eind van de sixties was uitgewaaid, werd het voor de jongeren behelpen. Elders in het land kwamen aan het eind van de jaren zestig onder de naam Provadya evenementen van de grond met muziek, dans, film, theater en poëzie, die flink bezocht werden door de alternatieve jeugd. In 1967 waren de eerste Provadya-avonden (happenings) in het Amsterdamse Felix Meritis die al snel in Paradiso en elders in steden als Utrecht, Alkmaar, Eindhoven, Groningen en Breda navolging kregen. Dankzij de promotie van onder meer het jongerenweekblad Hitweek werd deze nieuwe vorm van jongerenvermaak een groot succes en groeiden sommige van die gelegenheden uit tot bekende jongerencentra. In Middelburg kwam er zo’n initiatief onder de naam Open de Beuk!

In Vlissingen hadden alternatieve jongeren zich in die tijd verzameld in de DOP-soos, een eigen onderkomen in de Sarazijnstraat. In de Palingstraat was een alternatieve kliek in het voormalige Don Bosco actief. Don Bosco maakte deel uit van het rooms-katholieke jongerenwerk en werd geleid door het echtpaar Jacquemijns. In de toen nog verzuilde samenleving was het gebruikelijk om jongeren met een kerkelijke achtergrond een plaats tot verpozing te bieden; al was het alleen maar om ze uit de kroeg te houden. In een soos konden gelijkgestemden naar muziek luisteren en een praatje met elkaar maken. In 1967 was aan de Minister Lelystraat in Vlissingen ook een soos van de hervormde kerk geopend, de Walk Inn. Don Bosco, waarvan in oktober 1968 de naam werd gewijzigd in Search for the Sun, werd veel bezocht door avantgardistische jongeren, die later als hippies werden bestempeld. De bezoekers van de DOP-soos waren wat minder zweverig en stonden bekend als bromnozems; op hun Puchjes en Kreidlers Florett maakten ze de Vlissingse binnenstad onveilig.

Toen het doek voor zowel de DOP-soos als Search for the Sun was gevallen, besloot een aantal jongeren samen ook in Vlissingen een Provadya op poten te zetten. Dat zou De Piek worden.

V.O.C.

De Piek werd in 1970 opgezet door een groepje enthousiaste jongeren die al eerder van zich hadden laten horen als medewerkers en bezoekers van de DOP-soos. Je zou ze de hangjongeren van Vlissingen kunnen noemen. Langharigen, vaak als werkschuw bestempeld, die zich in de Scheldestad vooral liepen te vervelen en zich spiegelden aan jongeren in de Randstad die ruimtes voor zichzelf creëerden waar muziek werd gespeeld, men elkaar ontmoette en ideeën uitwisselde.

Initiatiefnemers in Vlissingen waren Bob Kossen en Bas Spithout die zich op 26 maart van dat jaar bij een notaris meldden om de stichting V.O.C. (Vlissings Ontspannings Centrum) op te richten. In eerste instantie bivakkeerden ze in de voormalige huishoudschool in het Groenewoud waar ze een sleep-in begonnen voor jongeren ‘van buiten’ die daar voor een piek (een gulden) konden overnachten. In de volksmond kreeg het al gauw de naam hotel De Piek. De bekende beeldend kunstenaar Jan Haas en de schrijver/illustrator Wim Hofman waren er vrijwilliger. Het overnachten werd bij wijze van proef oogluikend toegestaan door het Vlissingse gemeentebestuur, en het werd een succes. Al na vijf weken kon de drieduizendste Piekslaper worden verwelkomd. Wie van de twee het was werd in het midden gelaten. Het stelletje Jaap Clement en Els Moerland wilde naar India, maar ze waren met hun lelijke eend niet verder gekomen dan een eindje in België en toen maar naar Vlissingen uitgeweken. Wethouder Gillissen Verschage kwam hen ’s ochtends namens de gemeente ontbijt op bed en een bosje bloemen brengen.

With a little help from their friends

De voormalige huishoudschool was een bouwval en moest worden gesloopt. Dat zou wellicht het einde van De Piek betekenen, tot groot genoegen van enkele christelijke politieke partijen die schande spraken van dit Sodom en Gomorra binnen de Vlissingse stadsgrenzen. Het pand aan het Groenewoud had een bewogen geschiedenis. Van 1950 tot 1967 had het dienst gedaan als huishoudschool en daarvoor als burgeravondschool. In de Tweede Wereldoorlog was het gebruikt als onderkomen voor de WA, de weerafdeling van de NSB. Bij een Brits bombardement op 1 juni 1942 was het grotendeels verwoest; er waren zes WA-mannen bij om het leven gekomen. Ondanks de tegenstand van de gemeenteraadsleden A. van der Maas en M. Kole van de RPCU (Rechts Protestants Christelijke Unie) ‒ “Er gebeuren daar dingen die beslist niet door de beugel kunnen” ‒ kreeg de stichting V.O.C. hulp uit onverwachte hoek toen de prille Piekfamilie een deal sloot met de Partij van de Arbeid, toen nog de grootste en machtigste politieke partij van de Scheldestad. Door lid te worden van de PvdA ‘infiltreerden’ enkele vaste Piekbezoekers in de stedelijke partijpolitiek waardoor er innige banden werden aangeknoopt met lokale PvdA-prominenten als Daan Bruijnooge en wethouder Willem Wisse, beiden in die tijd eigenlijk ietwat oudere nozems. Dit verhaal werd in 2010 onthuld door de toen 84-jarige Chris Verheul, oud-raadslid voor de PvdA. De PvdA had als grootste partij in Vlissingen veel macht en invloed. De ‘vriendengroep’ die zich vanuit De Piek bij de PvdA aansloot kon hun idealen op die manier verwezenlijken. Dankzij deze move bleef De Piek bestaan en kon er zelfs een nieuw onderkomen worden betrokken, een voormalig militair tehuis in de Hellebardierstraat. Dat zeventiende-eeuwse pand stond leeg.

De Piek kon dus door, with a little help from their friends. Het jongerencentrum kreeg steeds meer een multifunctionele bestemming. Er werden films gedraaid die niet in de reguliere bioscoop werden vertoond, er kwamen workshops en er werd gestart met een zeefdrukkerij. Maar er werd ook informatie gegeven aan dienstweigeraars en er werd schuchter een begin gemaakt met concerten op kleine schaal.

Seks, drugs en rock ’n roll

Het bindmiddel dat nonconformistische jongeren bij elkaar bracht was muziek. Al snel kreeg De Piek ook een slechte naam bij veel Vlissingers van de oude stempel. Het werd omschreven als een drugshol waar gedeald werd en waar het met de normen en waarden niet zo nauw werd genomen. Er kwam een projectleider, Rob Frank, die de boel in het gareel moest houden. De eerste concerten die in De Piek werden gehouden waren vaak akoestisch, maar van lieverlee zette muziekliefhebber en projectleider Frank zijn beste beentje voor om wat grotere namen naar de Hellebardierstraat te halen. Zo slaagde hij erin om cultfiguur Kevin Coyne naar Vlissingen te halen. Ook Kevin Ayers, die bij de hippies in die tijd populair was, trad op in De Piek.

Mijn eerste gang naar De Piek was naar een van de concerten van Kevin Coyne. Ik was er beroepshalve, want ik werd er als 17-jarige correspondent van de PZC naartoe gestuurd. Ik was nog niet eerder in De Piek geweest en kon niet echt als een fan van Kevin Coyne worden beschouwd. Ik herinner me dat ik direct na het betreden van de zaal werd omsloten door blauwe rook en de geur van wiet. De krant had mij erop gewezen dat ik een verslag van het concert moest schrijven en geen recensie. Gelukkig maar.

Latere concerten die ik mij herinner uit die begintijd waren van onder meer The Sadista Sisters en Deaf School. Dat waren toen nieuwe namen. Maar ook gevestigde namen kwamen naar Vlissingen om er te spelen. Legendarisch is het optreden, volgens sommigen, van Ronnie Hawkins, de rock-’n-rollgitarist die later bekend zou worden als voorman van The Band. De Duitse zangeres Nico, welbekend als groupie van The Velvet Underground, trad op tijdens een intiem akoestisch concert onder een brandende schemerlamp die voor een aparte sfeer zorgde. Ook was er ruimte voor plaatselijk en lokaal talent. Bandjes in Vlissingen en omstreken klaagden hun nood overr gebrek aan oefenruimte en kregen er uiteindelijk een podium om hun kunsten te vertonen. De populaire band Bløf gaat er nog altijd prat op dat ze hun eerste optredens in het kleine zaaltje van de Hellebardierstraat konden geven.

Punk

Het ontspanningscentrum, zoals het was gaan heten, bleef last houden met de autoriteiten. Nog altijd boden de christelijke partijen in de gemeenteraad tegenstand; zij vonden De Piek een poel des verderfs en zagen de tent liever gesloten dan gevuld met jongeren. Ze wezen op het feit dat binnen de muren van jongerencentra drugs werden verhandeld en jongeren werden aangezet tot het gebruik ervan. Wat linksere politici benadrukten dat in De Piek ook lezingen werden gehouden, bijvoorbeeld over de gevaren van drank en drugs, dat menig werkloze er een tijd zijn of haar handen uit de mouwen kon steken met behoud van uitkering, en dat De Piek dus ook werkverschaffing bood. Verder was er een meidencafé, een kinderopvang en waren er workshops. Dat er af en toe geblowd werd moest men maar voor lief nemen. Jongeren verdienden toch ook een ontmoetingsplek; anders liepen ze maar over straat…

De jaren tachtig waren topjaren in De Piek. Dankzij de Olau Line die voer tussen Sheerness en Vlissingen, waren er volop mogelijkheden om nieuwe en vernieuwende Britse bandjes te programmeren. In die jaren was punk op zijn hoogtepunt en verschillende, later toonaangevende groepen lieten in De Piek van zich horen. Als beginnend auteur bracht ik samen met lotgenoten het anarchistische punkblad De Pedaalemmer uit. In eerste instantie drukten we het blad op een stencilapparaat ergens in Middelburg. Dat ging de eerste paar nummers goed, totdat de van huis uit christelijke instantie doorkreeg dat een van onze vaste medewerkers stukken tegen elke vorm van geloof schreef in niet mis te verstane bewoordingen. We werden er prompt uitgetrapt en konden onze toevlucht nemen in de huisdrukkerij van De Piek. Zonder me zelf in een punkoutfit te hijsen, met hanenkam, buttons en veiligheidsspelden, had ik een grote affiniteit met de punkbeweging. In 1978 had ik in jongerencentrum Eksit in Rotterdam een optreden bijgewoond van The Buzzcocks en een chaotisch verlopen concert van The Sex Pistols. Ik volgde de nieuwe trends van de indierock, punk en new wave op de voet en zag vooral begin jaren tachtig prachtige concerten in De Piek van nieuwe groepen als The Mo-Dettes, The Revillo’s, Eddie & The Hot Rods, Comsat Angels, Minimal Compact, The Young Marble Giants, The Simple Minds, Bad Manners en Joan Jett & The Blackhearts.

Herman Brood & His Wild Romance kwamen regelmatig optreden, en Herman deed dat naar eigen zeggen heel graag. Toen rond 2005 aan de oud-manager van Brood, Koos van Dijk, tijdens een symposium werd gevraagd wat er met De Piek moest gebeuren als het onverhoopt dicht zou moeten, zei hij: “Maak er een museum van, want je kunt het zweet van de artiesten nog van de muren likken!” 

Geluidsoverlast

Bijna wekelijks maakte ik in die tijd de gang naar een concert. Maar de punk en andere avantgardistische herrie hadden ook hun keerzijde. De dunne muren van het oude gebouw in de smalle straat zorgden regelmatig voor klachten over geluidsoverlast door omwonenden. Sancties en (dreiging van) tijdelijke sluiting van De Piek waren aan de orde van de dag. De enige, dure oplossing van het probleem was het gebouw zwaar isoleren zodat omwonenden geen overlast meer zouden ondervinden. Uit nader onderzoek bleek dat eigenlijk het hele pand moest worden opgeknapt, en dat was veel te duur. Verschillende, vaak ludieke acties werden door de medewerkers en vrijwilligers van De Piek gehouden om de tent open te houden. De vereniging Vrienden van De Piek werd opgericht, waarvan de leden verschillende acties ondernamen.

Het lukte uiteindelijk, zij het met hangen en wurgen. Soms waren er maanden zonder livemuziek in verband met de geluidsoverlast. Maar de bedrijvigheid ging ondanks die muziekstilte wel gewoon door. De Piek had voor veel (werkloze) jongeren ook een maatschappelijke functie. De zeefdrukafdeling, die al vanaf de start van het centrum actief was, draaide op volle toeren. De alternatieve filmavonden gingen gewoon door. Zo waren er talloze initiatieven die door actieve vrijwilligers en bestuursleden doorgang vonden. De door Piekmedewerkers overal in Vlissingen opgeplakte stickers met de kreet “Zonder muziek in De Piek worden wij ziek!” spraken boekdelen en sloegen aan.

My Generation

Onderlinge strubbelingen zorgden in de loop der jaren voor een komen en gaan van projectleiders. Aan het eind van de jaren tachtig werd het roer omgegooid; de toenmalige projectleider bewerkstelligde een grondige vernieuwing. De oude hippiegeneratie moest weg uit De Piek en een nieuwe, jongere generatie moest meer elan brengen. Het was de tijd van multi-culti. Er kwamen meer reggae-concerten en mogelijkheden voor meer Zeeuwse bands op het podium. Maar ondertussen raakten jongeren onderling steeds meer verdeeld en er begonnen zich groepen te vormen die zich tegen elkaar afzetten. Dat gebeurde ook in De Piek. Er kwam meer rottigheid. Het liep bijna volledig uit de hand op 28 maart 1992 toen de bekende Britse punkband The Exploited in De Piek optrad en rechts-extremistische punkers slaags dreigden te raken met linksgeoriënteerde punkers. Terwijl de band stond te spelen in een gewelddadige atmosfeer, stond op de hoeken van de naburige straten de mobiele eenheid paraat om te kunnen ingrijpen zodra het uit de hand zou lopen. Ongeveer in dezelfde periode werden er op straat vetes uitgevochten tussen voornamelijk Antilliaanse en Surinaamse jongeren. Die leidden tot een afschuwelijke steekpartij in de Spuistraat waarbij een jongen het leven liet.

De gemeente Vlissingen deed een beroep op De Piek om te proberen die jongeren te verbroederen. Projectleider Dries Alexander moest een verbindende rol gaan spelen tussen de verschillende jongerengroeperingen in Vlissingen. In plaats van vechtend over straat rollende Antillianen, Surinamers, punkers, rasta’s, gothics en skinheads moest er voor iedereen plaats zijn en De Piek zou daarbij een grote rol kunnen spelen.

De jaren negentig stonden in De Piek dan ook vooral in het teken van het aantrekken van nieuwe doelgroepen naar het jongerencentrum. Op muzikaal gebied ontstonden de populaire hip-hop en dance en De Piek sloot daarop aan met dance-events. Daarnaast werd de zaal ook gebruikt voor talentenjachten als podium voor Zeeuwse bands. Ondanks telkens nieuwe bezuinigingsrondes werd er breed geprogrammeerd en opnieuw kwamen zaken van verbouwing, aanpassing en geluidsisolatie aan de orde. Toen in 2005 het 35-jarig bestaan van De Piek werd gevierd, hing de toekomst weer eens aan een zijden draadje. De hele tent draaide op een paar vaste krachten en een groep enthousiaste vrijwilligers. Subsidies werden minder en tegenstanders van voorzieningen van de jeugdcultuur vroegen zich steeds meer af of De Piek wel een representatief jongerencentrum was in dat zwaar vervallen gebouw.

No future?

Men begon in die jaren met succesvolle gothic-concerten die veel opzichtig publiek trokken dat van her en der regelmatig naar De Piek kwam om daar volledig in gothic-outfit hun bandjes te zien optreden.

Daarna werd toch weer een bredere programmering in De Piek opgezet. Er werden gevarieerder muziekstijlen geprogrammeerd, zoals reggae, rap en hip-hop, en er kwam opnieuw een podium voor Zeeuwse en lokale bands. Bezuinigingen in de cultuursector, nieuwe aanpassingen in de zaal en onderhoud van het pand zorgden ervoor dat de kosten van De Piek de pan uitrezen. Daarbij kwam nog dat de overkoepelende organisatie waar het jongerencentrum onder viel, de Cultuurwerf, meer zag in een grotere cultuurvoorziening, bijvoorbeeld in een van de leegstaande loodsen van de voormalige Scheldewerf. Een gebouw als de voormalige Timmerfabriek kon een grotere groep mensen onderdak bieden want bij optredens in De Piek moest er meestal geld bij om uit de kosten te komen. Een ander aspect was dat jongeren in de loop der jaren mobieler waren geworden en anders dan vroeger vaker naar de Randstad reisden om naar een concert te gaan. De Piek had ook de taak om nieuwe jongeren van allerlei pluimage naar hun zaal te lokken. De Piek moest af van de stigma’s ‘hasjhol’ en ‘hippiehonk’. Het programmeren voor een breder en jonger publiek was voor het bestuur een hele opgave.

Toen bij het veertigjarig bestaan het Piekboek verscheen, nu zes jaar geleden, was de toekomst van het jarige jongerencentrum al een vraagteken, en eigenlijk is het dat nog steeds. Enige tijd terug werd de laatste projectleider van De Piek op een zijspoor gezet. Ellen Gellman had in De Piek vijfentwintig jaar lang bergen werk verzet. Ze werd wegbezuinigd en nu staat De Piek volledig onder beheer van de Cultuurwerf. Het is dus nog maar de vraag of het centrum nog vier jaar openblijft om het halve-eeuwfeest te kunnen vieren.

 

Gerard van der Hoeven

 

Bronnen

‒ Gerard van der Hoeven, ‘Piekboek. 40 Jaar De Piek in Vlissingen’, Vlissingen 2011.

‒ Jan J.B. Kuipers, ‘Brommers, Gitaren en Spandoeken. Vijftig jaar jong in Zeeland’, Goes 2005.

‒ PZC, diverse edities.

‒ Archief V.O.C. De Piek.

‒ De Cultuurwerf, Vlissingen.

‒ Krantenbank Zeeland.

Gepubliceerd in De Wete 46ste jaargang nummer 1: januari 2017

 









Terug